De werkwoorden (be)horen, (be)hoeven, dienen, plegen, dreigen en
beloven kunnen een verbaal complement nemen met de kenmerken
[+te,+inf]: een IP-complement.
Deze werkwoorden moeten we niet als hulpwerkwoorden beschouwen.
We zullen zien dat het in de meeste gevallen RTS-werkwoorden zijn.
Het zijn dan eerder zelfstandige werkwoorden.
De dummy-formule is echter niet gemakkelijk op al deze werkwoorden
toe te passen:
| ? | IETS behoort/behoeft/dient
|
| ? | IETS dreigt/pleegt/belooft
|
Hierbij is de aanvulling te gebeuren of zo te zijn/worden
gewenst. Dit lijkt zelfs verplicht te zijn bij de werkwoorden in de
ergatieve lezing, zoals dreigen (= "op het punt staan te
gebeuren" of "iets vervelends barst los"),
plegen (= "gewoonlijk gebeuren" of
"gewoon zijn") en beloven (= "doen verwachten" of
"er de schijn van hebben").
| | IETS behoort/behoeft/dient te gebeuren / zo te zijn
|
| | IETS dreigt/pleegt/belooft te gebeuren / zo te zijn
(Het werkwoord dreigen kan ook een andere lezing hebben:
iemand dreigt iemand met iets. Hier heeft EA meer de rol van Agens:
iemand die een dreiging uit (dat doet iemand bewust). In deze lezing hebben
we niet met een RTS-werkwoord te doen, maar met een zelfstandig werkwoord
vergelijkbaar met bedreigen.)
|
Dat hier sprake is van RTS, wordt ondersteund door de variant met een
finiete bijzin waar op de subjectpositie een dummy-NP staat:
| | het behoort/behoeft [dat ...]
|
Een andere eigenschap van RTS-werkwoorden is dat ze zelf
geen theta-rol uitdelen aan het externe argument in de matrix-zin.
We kunnen achterhalen of de betreffende werkwoorden zelf
een theta-rol uitdelen aan EA door ze te combineren met een
onpersoonlijk werkwoord, zoals een weer-werkwoord.
Als dit een grammaticaal resultaat oplevert, dan deelt het werkwoord
geen theta-rol uit aan het externe argument.
| | het pleegt/belooft/dreigt te gaan regenen
|
In \hetvb zien we dat deze werkwoorden zelf geen theta-rol toekennen aan
het externe argument.
De werkwoorden plegen, beloven, dreigen kennen wel een theta-rol
toe aan het interne argument.
We hebben verder gezien dat deze werkwoorden aangevuld kunnen worden met
te zijn/worden. In dat opzicht zijn ze goed te vergelijken met
de RTS-werkwoorden schijnen, lijken, blijken (zie paragraaf
\ref{paragraaf-modale-ww}).
We mogen daarom concluderen dat we ook hier met RTS-werkwoorden te maken
hebben.
Het werkwoord durven is echter geen RTS-werkwoord.
Het blijkt een gewoon zelfstandig werkwoord te zijn. De dummy-formule
is namelijk goed toe te passen en de aanvulling iets te gebeuren
levert ongrammaticaliteit op.
| | IEMAND durft IETS
|
| * | IEMAND durft IETS TE GEBEUREN
|
Dit werkwoord kent dus, zoals uit de dummy-formule blijkt, zowel aan het
interne argument (met de categorie IP) als aan het externe argument
(met de categorie NP) een theta-rol toe.
Resumerend is het S-frame van de werkwoorden met een IP-complement
uiteindelijk:
| EA[NP:+/theta] | IA[IP(fin,+te):+OBJ].
|