De plaats van adjunct-argumenten
De complementen van V zitten in het V'-domein. Maar waar zitten nu
de verplichte adverbiale bepalingen? Het lijkt me problematisch om
ze gelijk te stellen met interne argumenten, want die hebben ofwel NP-vorm,
ofwel PP-vorm met vast dummy-voorzetsel. Richtingsbepalingen zijn wel als
small-clauses geanalyseerd [Hoekstra 1984]. Dat kan verklaren waarom ze
niet achter V mogen staan.
Bepaalde geselecteerde adverbialen mogen ook niet achter V staan.
Uit deze gegevens blijkt dat extrapositie van verplichte PP niet
mogelijk is. Dit lijkt te worden weersproken door de laatste zin met het
werkwoord neerleggen waar PP op tafel wel achter V kan staan.
Deze feiten blijken een syntactische oorsprong te hebben, zoals we later
zullen zien.
Het lijkt erop dat geselecteerde adverbialen in de dieptestructuur
altijd op een pre-verbale positie staan.
We zouden dit syntactisch kunnen verantwoorden door aan te nemen dat deze
bepalingen op een soort partikel-positie staan. Partikels mogen
immers ook niet achter V:
In de volgende voorbeelden zien we echter dat de bepalingen van richting
ook achter V mogen staan:
Extrapositie van de naar-PP is hier mogelijk. We moeten wel bedenken
dat gaan hier eerder in de betekenis van weggaan gebruikt
wordt.
Het lijkt me dat de PP naar Belgie hier geen verplichte aanvulling
is, maar eerder een vrije bepaling bij het partikel.
Normaliter kunnen directionele argumenten niet achter V staan:
De directionele argumenten zijn niet extraponeerbaar. Als het
directionele argument wordt vervangen door een partikel zoals
weg, dan wordt de directionele bepaling een bepaling bij
weg, en die kan best naar achteren. Als weg dan
toevallig weggelaten is, lijkt het erop alsof een directioneel
argument geëxtraponeerd is. Maar dat is dus niet zo.
We zouden dit kunnen toeschrijven aan de structurering van V' (vbar) of
de inbedding van de complementen.
Ik neem hier een V'-cluster aan waar PP[+DIR] als dochter optreedt.
* dat ik woon [in Groesbeek], is geen verrassing voor je
* dat het duurt [een uur], is vervelend
* dat het zolang al ligt [op tafel], is verwonderlijk
* dat hij het legde [op tafel], is nu wel duidelijk
dat hij het neerlegde [op tafel], is nu echt wel duidelijk
* dat hij hard liep weg, was jammer
* dat hij lag terneer, verbaasde me
...dat hij naar België is weg+gegaan
...dat hij is weg+gegaan naar België
...dat hij naar België is gegaan
? ...dat hij is gegaan naar België
* hij heeft zijn zusje gebracht [naar school]
hij heeft zijn zusje weggebracht naar school
Voor de PP's die verplicht zijn en niet extraponeerbaar zijn, zouden we ook een afzonderlijke V'-laag kunnen voorstellen, om zo PP[+DIR] van een PP-argument te scheiden en PP[+DIR] los te houden van het verbale cluster. We nemen dan 3 soorten V' aan: V'2 (argumenten), V'1 (directionele bepalingen) en V'0 (verbaal cluster). Door de inbedding van PP[+DIR] in V'1 kan er geen extrapositie plaatsvinden. Alleen argumenten uit V'2 kunnen geëxtraponeerd worden, complementen zoals PP[+DIR] in V'1 mogen en kunnen daarentegen niet geëxtraponeerd worden. Het is kennelijk zo dat de eigenschap [+directioneel] sterk gekoppeld is aan een bewegingswerkwoord V[+MOVE]. Verplichte bepalingen zijn categorieën die min of meer de status van "complement" krijgen door het werkwoord, vanwege de mogelijke overdracht van het feature +MOVE. Het werkwoord creëert de argumentpositie (het valt binnen het subcategorisatie-domein). De complement-status krijgt het door de nauwe betrekking/relatie die het ondergaat met het werkwoord: het werkwoord deelt een aparte theta-rol uit aan de bepaling.
Zoals we al gezien hebben bevinden complementen van V, zoals NP, P+NP, VP, IP, CP, zich in het V'-domein. De vraag is waar de geselecteerde (verplichte) adverbiale bepalingen of adjunct-argumenten zitten. Enerzijds worden ze vermeld in het S-frame zoals dat ook bij complementen van V is, anderzijds is het voorzetsel van deze geselecteerde PP-bepalingen vrij, terwijl bij PP-complementen dit voorzetsel door het werkwoord wordt bepaald wat de combinatie [dummy P + NP] oplevert. Vallen de geselecteerde bepalingen dan buiten het V'-domein?
Verplichte bepalingen staan altijd voor V, op een preverbale positie. Ze mogen niet achter V staan. We zien dat geselecteerde bepalingen in de vorm van PP's ook vaak niet achter V mogen staan. Vrije bepalingen mogen echter zowel voor als achter V staan.
| dat de vergadering een uur heeft geduurd, is vervelend | |
| * | dat de vergadering heeft geduurd een uur, is vervelend |
| dat hij heeft gestrompeld gedurende een uur, is vervelend | |
| dat hij heeft gestrompeld het laatste kwartier, is vervelend | |
| dat hij zo moeilijk heeft gelopen die vier dagen, is vervelend |
Hieronder wil ik me richten op een bepaalde type geselecteerde bepalingen, namelijk richtingsbepalingen. Richtingsbepalingen mogen niet geëxtraponeerd worden. Als we deze richtingsbepalingen als small clauses analyseren, kunnen we dit als volgt verklaren [Hoekstra 1984, p.243-249]: als de PP naar achteren gaat (extrapositie), dan blijft de NP, die eerst de specifier van de XP was, over, maar die NP kan dan geen casus ontvangen hetgeen leidt tot ongrammaticaliteit.
| dat hij het boek [op tafel] legde, is wel duidelijk | |
| * | dat hij het boek legde [op tafel], is wel duidelijk |
| dat hij het boek [op tafel] neer+legde, is wel duidelijk | |
| dat hij het boek neer+legde [op tafel], is wel duidelijk |
Waarom de PP bij het werkwoord neer+leggen wel achterop te plaatsen is, is te verklaren met het feit dat dan het partikel neer de rol van richtingsbepaling vervult waarbij de PP op tafel een nadere precisering van neer is. En die PP als bijvoeglijke bepaling kan wel naar achteren.
Het lijkt erop dat alle richtingswerkwoorden zo'n partikel hebben. De volgende zaken hebben wellicht met elkaar te maken:
De richtingsbepaling lijkt soms via die partikelpositie vast te zitten aan die preverbale positie. Als de partikelpositie van het werkwoord door iets anders is opgevuld, kan de richtingsbepaling wel achter het werkwoord staan. Ik noem uit het lexicon enkele werkwoorden:
| dit kun je niet afleiden uit mijn woorden | |
| we moeten dit misverstand uitbannen uit de theorie | |
| kun je even opbellen naar Piet | |
| als je even voorover+buigt naar dat haakje | |
| als je dit boek even neerlegt op die tafel daar |
Het feit dat de PP's wel achterop te plaatsen zijn bij bewegingswerkwoorden die voorafgaan door een specifiek partikel, kan verklaard worden door het directionele partikel neer dat een deel vormt van het samengestelde werkwoord. De subcategorisatie-eisen van het bewegingswerkwoord worden vervuld door dit directionele partikel. Zo geeft het partikel weg bij het werkwoord neer+leggen al de richting van de beweging aangeeft: neerwaarts, omlaag, naar beneden (vergelijk 'neer+V' = in het Engels: 'V down').
We zouden dit dan ook bij andere werkwoorden verwachten. Dit blijkt inderdaad het geval te zijn, zoals soortgelijke werkwoorden laten zien:
| dat hij de vaas [op tafel] zette, is nu wel duidelijk | |
| * | dat hij de vaas zette [op tafel], is nu wel duidelijk |
| dat hij de vaas [op tafel] neer+zette, is nu wel duidelijk | |
| dat hij de vaas neer+zette [op tafel], is nu wel duidelijk |
Bij het werkwoord neerzetten zien we hetzelfde als bij neerleggen. De vraag is misschien of de PP-[op tafel] op dezelfde manier geselecteerd wordt door het werkwoord neerleggen/neerzetten als het werkwoord leggen/zetten.
| * | dat hij het boek legde, en wel [op tafel] |
| dat hij het boek neer+legde, en wel [op tafel] | |
| * | dat hij de vaas zette, en wel [op tafel] |
| dat hij de vaas neer+zette, en wel [op tafel] |
Er is wel een verschil tussen leggen/zetten enerzijds en neerleggen/neerzetten anderzijds. Dit kan verklaard worden uit het feit dat de PP bij een werkwoord als leggen en zetten een verplicht complement is dat het werkwoord selecteert, terwijl de PP bij een werkwoord als neerleggen en neerzetten eerder een optionele bepaling vormt bij het partikel van het samengestelde werkwoord.
| * | hij legt het boek |
| hij legt het boek [op tafel] | |
| * | hij legt [op tafel] het boek |
| hij legt het boek neer | |
| hij legt het boek [op tafel] neer | |
| *? | hij legt [op tafel] het boek neer |
| hij legt het boek neer [op tafel] |
We kunnen hier concluderen dat deze verplichte richtingsbepalingen op een soort partikel-positie staan. Voor partikels geldt hetzelfde als voor richtingsbepalingen: die mogen ook niet achter V staan in de dieptestructuur. Voor richtingsbepalingen en andere verplichte bepalingen zouden we kunnen zeggen dat ze zeer nauw met het werkwoord verbonden zijn. Ze vormen met het werkwoord een soort eenheid/complex zoals dat ook het geval is bij partikels van samengestelde werkwoorden.
We hebben gezien dat de gemaakte onderscheidingen in klassen, namelijk complementen, adjunct-complementen en adjuncten, te onderbouwen zijn met de gegeven feiten en criteria. We moeten concluderen dat alleen de groepen complementen en adjunct-complementen onder het subcategorisatie-domein vallen.
|
|