Conclusies Werkwoord-subcategorisatie is een belangrijk onderdeel in de opbouw van
syntactische structuren. Subcategorisatie vormt de spil van de
basisstructuur.
Uit het onderzoek is gebleken dat het zelfstandige werkwoord steeds
subcategoriseert voor een (maximaal) aantal argumenten.
Aan iedere argumentpositie dient het hoofdwerkwoord een unieke
thematische rol toe te kennen. Een argument is van het abstracte type.
Hulpwerkwoorden subcategoriseren niet voor interne argumenten, maar
selecteren een verbale categorie. Bij hulpwerkwoorden is sprake
van VP-selectie.
Er zijn werkwoorden die adjunct-argumenten selecteren. Deze groep
valt nog onder het subcategorisatiedomein. Ze ontvangen van het werkwoord
een thematische rol en hebben bovendien zelf een autonome, locale,
woordgroep-inherente rol.
We hebben gezien dat veel eigenschappen en structuren af te leiden zijn
uit andere basale eigenschappen en structuren.
Dit voorkomt redundantie in het lexicon.
Bij taalverwerkende systemen zullen in het lexicon subcategorisatieframes
nodig zijn om afhankelijkheden rond het hoofdwerkwoord uit te drukken.
In vertaalsystemen is deze informatie onontbeerlijk om een juiste
parsering van zinnen op te kunnen leveren en ambiguïteiten
het hoofd te kunnen bieden.
De conclusie is gerechtvaardigd dat S-frames onmisbaar zijn in NLP-systemen.
Daarbij is duidelijk geworden dat S-frames gereduceerd zouden moeten worden tot
abstracte schemata vanwaaruit automatisch of via parametrisering
meer specifieke kenmerken afgeleid kunnen worden.
Hieronder zal ik enkele algemene conclusies van het
onderzoek op een rijtje zetten.
Een verdere invulling van een argument is noodzakelijk.
We moeten dan denken aan categorie- en prepositieselectie.
Deze invulling van het interne argument wordt eveneens bepaald door het
zelfstandige werkwoord. We moeten concluderen dat argumenten uitermate
geschikt zijn als abstracter type over categorieën.
|
|