Doctoraalscriptie (1996)
K.U. Nijmegen


Subcategorisatie
Een onderzoek naar SUBCATEGORISATIE en de verwerking ervan in een NLP-systeem.

Simon van Dreumel

Controlewerkwoorden

Er zijn werkwoorden waarbij het verzwegen subject van de ingebedde infinitiefzin gecontroleerd wordt door het subject of indirect object van de matrix-zin. Zulke werkwoorden heten controle-werkwoorden: ze triggeren controle. Voorbeelden van controlewerkwoorden zijn: proberen, trachten, beogen, besluiten, hopen.

Bij controle-werkwoorden kan de dummy-formule worden toegepast:

[iets] proberen
[iemand] [tot iets] dwingen

De controlewerkwoorden hebben dus interne argumenten. We moeten controlewerkwoorden daarom als zelfstandige werkwoorden beschouwen met minimaal één interne argument dat gerealiseerd wordt als een infinitiefcomplement, bijvoorbeeld een infiniete bijzin: CP(om). Verder heeft iedere controlewerkwoord een extern argument waaraan een theta-rol, bijvoorbeeld Agens, wordt toegekend. Dit is goed te zien in de volgende voorbeelden waarin het externe argument verschijnt als iemand en het interne argument met de Object-rol wordt gerealiseerd door de infinitiefzin iets te doen:

[iemand] probeert [iets te doen]
[iemand] dwingt [iemand] [iets te doen]

Soms wordt proberen ook wel eens beschouwd als semi-hulpwerkwoord. Als we proberen als hulpwerkwoord zien, dan zouden we verwachten dat dit werkwoord aangevuld kan worden met iets gebeuren. Toch levert de aanvulling met iets gebeuren een ongrammaticaal resultaat op.

* iemand probeert iets te gebeuren

Het is dus beter om het werkwoord proberen te zien als zelfstandig werkwoord, ook al heeft het bijzondere eigenschappen, zoals het kenmerk groepsvormend [ANS 1984].

Een probleem dat nog resteert gaat over de C-positie, de plaats voor onder andere de Complementizer, een onderschikkend voegwoord. Bij een controle-werkwoord als proberen is het infiniete voegwoord van de infinitiefzin optioneel (+/–OM). We kunnen zeggen dat dergelijke controlewerkwoorden echter altijd subcategoriseren voor een IA-CP(om), waarbij het voegwoord om eventueel gedeleerd kan worden. Dit leidt dan tot twee mogelijkheden: CP(C=om) en CP(C=0). Omdat de CP in geval van C=0 geen hoofd meer heeft, kan er heranalyse optreden waarin CP-deletie optreedt. Uiteindelijk zullen we dan een IP-structuur krijgen. De vraag is echter of de Complementizer gedeleerd wordt of als een abstract, niet-hoorbaar element aanwezig blijft in de structuur. Als de C-positie wordt gevuld met een abstact element, zoals COMP(0), dan vindt er geen heranalyse plaatsvinden. We blijven dan een CP-structuur houden. Ik ga er in ieder geval van uit dat een controle-werkwoord als proberen subcategoriseert voor een IA-CP(om). De andere structuur waarin de Complementizer ontbreekt, zou afgeleid moeten worden.

Er zijn echter ook controle-werkwoorden die een infinitiefcomplement nemen dat nooit ingeleid mag worden door een infiniet voegwoord als om. Hier is de Complementizer dus verboden. In dat geval ligt het meer voor de hand om uit te gaan van een infiniete IP als intern argument: IA-IP(te).

In [Van Haaften 1991] wordt de volgende indeling voor controle-werkwoorden gemaakt:

  1. Controle door subject:
    • [+OM]: groep van proberen
    • [–OM]: groep van beweren
  2. Controle door indirect object:
    • [+OM]: groep van dwingen
    • [–OM]: groep van verbazen
  3. Controle door subject of indirect object
    1. Controle door subject of evt. indirect object
      (afhankelijk van de inhoud van INF-zin):
      • [+OM]: groep van beloven
      • [–OM]: groep van verzekeren
    2. Controle door indirect object of evt. subject
      (afhankelijk van de inhoud van INF-zin of matrix-V):
      • [+OM]: groep van verzoeken
      • [–OM]: groep van verwijten en zeggen
  4. Split-antecedent-controle:
    • [+OM]: groep van voorstellen
  5. Vrije controle:
    (geen noodzakelijke afhankelijkheid)
    • [+OM]: groep van voor de hand liggen

Deze indeling is hoofdzakelijk gebaseerd op het soort controle: met een vaste controleur (het subject, het indirect object, één van beide of allebei) òf juist zonder vaste controleur (vrij). Tevens wordt met een feature [+/–OM] aangegeven of de Complementizer om wel of niet kan optreden in de infinietzin.

De concrete vraag die ook nog beantwoord moet worden, is hoe we de informatie van controle in het lexicon opnemen. Bij een controlestructuur controleert de controleur het verzwegen subject in de infinitiefzin (PRO). Ik heb er voor gekozen om in het S-frame het gesubcategoriseerde element zelf te markeren dat als controleur kan fungeren. Alleen de semantische features van de controleur zijn nodig voor PRO. PRO krijgt echter zijn thematische rol gewoon van het infiniete hoofdwerkwoord van de infinitiefzin. PRO is namelijk het verzwegen externe argument van dat werkwoord. De S-frames met de controle-informatie zouden er dan zo uit kunnen zien (c = controleur):

proberen: EA[NP]<c1> IA[CP(+om)]
dwingen: EA[NP] IA[NP]<c1> IA[CP(+om)]
beloven: EA[NP]<c1> (IA[aan/NP]<c2>) IA[CP(+om)]
verwijten: EA[NP]<c2> (IA[NP]<c1>) IA[IP(+te)]
voorstellen:EA[NP]<c1> (IA[NP]<c1>) IA[CP(+om)]

Telkens wordt bij het controlefeature <c> een index i meegegeven. Dit geeft een prioriteit aan. Index 1 duidt aan dat dat argument het eerst in aanmerking komt om als controleur voor PRO op te treden. Het kan zijn dat een argument in een zin niet aanwezig is of semantisch niet in aanmerking kan komen voor controleurschap. Er kan dan nog een andere mogelijkheid zijn. Dit wordt aangegeven met index 2: als de eerste mogelijkheid afvalt, dan is dit het alternatief. Het andere argument, gemarkeerd met index 2, kan dus ook dienen als controleur. Het argument gemarkeerd met index 1 ligt echter in de meeste gevallen eerder voor de hand als controleur voor PRO. Indien twee argumenten met index 1 gemarkeerd zijn, dan betekent dat dat beide argumenten samen de functie van controleur delen. Dit is in het geval van split-antecedent. Drie voorbeelden kunnen de realisaties van controle-structuren nog eens verduidelijken.

hiji probeert [(om) PROi morgen te komen]
ziji dwingt hemj [(om) PROj morgen te komen]
iki stelde (aan) haarj voor [(om) PROi+j samen naar de film te gaan]

We moeten concluderen dat de controle-werkwoorden zelfstandige werkwoorden zijn die minimaal een infinitiefcomplement nemen waarvan het verzwegen subject wordt gecontroleerd door een controleur. Als dit bij een werkwoord een vaste controleur is, dan kan dit — zoals hierboven is weergegeven — vastgelegd worden in het betreffende S-frame.



Voor opmerkingen of vragen over deze pagina kunt u contact opnemen met Simon van Dreumel
Laatst gewijzigd op 25 augustus 2025