Doctoraalscriptie (1996)
K.U. Nijmegen


Subcategorisatie
Een onderzoek naar SUBCATEGORISATIE en de verwerking ervan in een NLP-systeem.

Simon van Dreumel

Afleidbaarheid

In deze paragraaf wil ik de afleidbaarheid van kenmerken en structuren nader bekijken. De vraag is daarbij wat we in het lexicon in de vorm van S-frames kunnen opnemen en wat we daarvan daadwerkelijk moeten opnemen. De eerste mogelijkheid is om alles gewoon stipulatief in een lexicon op te sommen, zoals alle structuurvarianten en kenmerken die bij een werkwoord horen. Toch blijken bepaalde kenmerken en structuren afleidbaar uit andere kenmerken en structuren of grammaticale principes. Door alles zomaar op te nemen in het lexicon, bestaat de kans dat het lexicon veel overbodige informatie bevat en redundantie gaat vertonen. Dit willen we te allen tijde voorkomen. We willen immers in de beschrijving van subcategorisatie geen generalisaties missen. Niet alle voorkomende kenmerken en structuren moeten we dus in S-frames verwerken. Eigenschappen die structureel afleidbaar zijn uit algemene principes of andere kenmerken, horen niet thuis in het lexicon [Bennis & Hoekstra 1989]. Bovendien kan het niet de bedoeling zijn dat bijvoorbeeld de gehele syntaxis in het lexicon is gecodeerd. Uit het bovenstaande moet duidelijk geworden zijn dat ik niet voor een lexicalistische maar voor een meer structurele benadering kies.

De hoofdzaak is om Lexicon en Syntaxis gescheiden te houden, ook al bestaat er een wezenlijke wisselwerking en een sterke band tussen deze componenten. De vraag wat wel en wat niet opgenomen moet worden in het lexicon, is direct van toepassing op subcategorisatie. Bepaalde S-frames kunnen soms afgeleid worden op basis van andere S-frames. Ook bepaalde informatie hoeft niet altijd in een S-frame terug te vinden te zijn. Indien deze informatie volgt uit andere eigenschappen in de grammatica, eventueel via generalisaties, dan hoort deze af te leiden informatie buiten het lexicon te blijven. Andere niet-structurele informatie is daarentegen onontbeerlijk. De subcategorisatie-eisen kunnen bij ieder werkwoord weer anders zijn. Het lexicon is de juiste plaats voor deze niet-structurele, min of meer toevallige, eigenschappen.

Als de positie van de persoonsvorm en de volgorde van de complementen onderling volgt uit algemene principes, dan hoeft de positie van de persoonsvorm en de de volgorde van complementen niet vastgelegd te worden in het S-frame. Ook passsief- en ergatiefconstructies zouden met algemene regels of principes afgeleid kunnen worden. Aan de andere kant moet ieder werkwoord wel gemarkeerd worden met een feature dat aangeeft of het betreffende werkwoord überhaupt wel te passiviseren of te ergativiseren is. Hetzelfde zou kunnen gelden voor reflexivisatie en de mogelijkheid tot het weglaten van complementen. Er is dan een markering nodig. Aan de andere kant zou het ook kunnen zijn dat een eigenschap als reflexiviteit en optionaliteit van complementen af te leiden is uit andere eigenschappen. Voor optionaliteit van complementen en voegwoordselectie blijkt dit inderdaad het geval te zijn. In de ergatiefspoor-analyse zullen we eveneens tot een generalisatie komen die laat zien dat er een verband bestaat tussen ergativisatie en reflexiviteit. Een andere vraag is of de constructies met sententiële anaforen apart moeten worden opgenomen. Het zou best kunnen zijn dat deze zijn af te leiden. Het is dan van belang hoe sententiële subjecten, naast NP-subjecten, verwerkt dienen te worden in de S-frames.

Hieronder zal ik de genoemde eigenschappen en structuren nagaan op hun afleidbaarheid, waarmee tevens de vraag beantwoord wordt wat wel en wat niet in het lexicon hoort. Zo krijgen we alleen de absoluut noodzakelijk informatie in het lexicon. En op deze manier bakenen we tegelijkertijd het domein van subcategorisatie af.



Voor opmerkingen of vragen over deze pagina kunt u contact opnemen met Simon van Dreumel
Laatst gewijzigd op 25 augustus 2025