Afleidbaarheid
In deze paragraaf wil ik de afleidbaarheid van kenmerken en structuren
nader bekijken. De vraag is daarbij wat we in het lexicon in de vorm
van S-frames kunnen opnemen en wat we daarvan daadwerkelijk
moeten opnemen.
De eerste mogelijkheid is om alles gewoon stipulatief in een lexicon
op te sommen, zoals alle structuurvarianten en kenmerken die bij een
werkwoord horen. Toch blijken bepaalde kenmerken en structuren afleidbaar
uit andere kenmerken en structuren of grammaticale principes. Door alles
zomaar op te nemen in het lexicon, bestaat de kans dat het lexicon veel
overbodige informatie bevat en redundantie gaat vertonen. Dit willen we te
allen tijde voorkomen. We willen immers in de beschrijving van
subcategorisatie geen generalisaties missen.
Niet alle voorkomende kenmerken en structuren moeten we dus in S-frames
verwerken.
Eigenschappen die structureel afleidbaar zijn uit algemene
principes of andere kenmerken, horen niet thuis in het lexicon
[Bennis & Hoekstra 1989].
Bovendien kan het niet de bedoeling zijn dat bijvoorbeeld de gehele syntaxis
in het lexicon is gecodeerd.
Uit het bovenstaande moet duidelijk geworden zijn dat ik niet voor een
lexicalistische maar voor een meer structurele benadering kies.
De hoofdzaak is om Lexicon en Syntaxis gescheiden te houden, ook al bestaat
er een wezenlijke wisselwerking en een sterke band tussen deze componenten.
De vraag wat wel en wat niet opgenomen moet worden in het lexicon, is direct
van toepassing op subcategorisatie. Bepaalde S-frames kunnen
soms afgeleid worden op basis van andere S-frames. Ook bepaalde informatie
hoeft niet altijd in een S-frame terug te vinden te zijn.
Indien deze informatie volgt uit andere eigenschappen in de grammatica,
eventueel via generalisaties, dan hoort deze af te leiden informatie buiten
het lexicon te blijven.
Andere niet-structurele informatie is daarentegen onontbeerlijk.
De subcategorisatie-eisen kunnen bij ieder werkwoord weer anders zijn.
Het lexicon is de juiste plaats voor deze niet-structurele, min of meer
toevallige, eigenschappen.
Als de positie van de persoonsvorm en de volgorde van de complementen
onderling volgt uit algemene principes, dan hoeft de positie
van de persoonsvorm en de de volgorde van complementen niet vastgelegd
te worden in het S-frame. Ook passsief- en ergatiefconstructies zouden met
algemene regels of principes afgeleid kunnen worden. Aan de andere kant moet
ieder werkwoord wel gemarkeerd worden met een feature dat aangeeft of het
betreffende werkwoord überhaupt wel te passiviseren of te ergativiseren is.
Hetzelfde zou kunnen gelden voor reflexivisatie en de mogelijkheid tot het
weglaten van complementen. Er is dan een markering nodig. Aan de andere kant
zou het ook kunnen zijn dat een eigenschap als reflexiviteit en optionaliteit
van complementen af te leiden is uit andere eigenschappen. Voor
optionaliteit van complementen en voegwoordselectie blijkt dit inderdaad
het geval te zijn.
In de ergatiefspoor-analyse zullen we eveneens tot een generalisatie komen
die laat zien dat er een verband bestaat tussen ergativisatie en
reflexiviteit.
Een andere vraag is of de constructies met sententiële anaforen apart
moeten worden opgenomen. Het zou best kunnen zijn dat deze zijn af te leiden.
Het is dan van belang hoe sententiële subjecten, naast NP-subjecten,
verwerkt dienen te worden in de S-frames.
Hieronder zal ik de genoemde eigenschappen en structuren nagaan op hun
afleidbaarheid, waarmee tevens de vraag beantwoord wordt wat wel en wat niet
in het lexicon hoort. Zo krijgen we alleen de absoluut noodzakelijk
informatie in het lexicon. En op deze manier bakenen we tegelijkertijd
het domein van subcategorisatie af.
|
|