Een ander structureel verschijnsel dat bekeken moet worden op afleidbaarheid,
is ergativiteit.
Bij passivisatie hebben we al een eigenschap van bepaalde
ergatiefconstructies gezien, namelijk dat constructies met verplichte
ergativisatie niet passiveerbaar zijn.
De vraag is hier of naast de causatieve (niet-ergatieve) variant de
ergatiefvariant wel apart opgesomd moeten worden en of ergativiseerbaarheid
niet een eigenschap is die bij ieder werkwoord vastgelegd moet worden in
het lexicon.
We zullen ons eerst afvragen wat ergativiteit en ergativisatie semantisch
en syntactisch inhoudt.
Er is een semantisch verschil tussen de causatieve variant
iemand veroorzaakt iets en de ergatieve (niet-causatieve) variant
iets gebeurt spontaan.
In de ergatiefvariant hebben we één argument minder.
De tweede structuur blijkt te kunnen worden afgeleid uit de eerste structuur.
De betreffende structurele regel die de ergatiefvariant afleidt, noem ik
ergativisatie.
Het interne argument met de semantische object van het
transitieve (accusatieve) werkwoord is na ergativisatie op de subjectpositie
terechtgekomen waarbij de oorspronkelijke externe rol (bijvoorbeeld de
Agens-rol) gedeleerd is.
Iets wordt dan niet meer veroorzaakt door een (handelende) persoon maar
gebeurt spontaan. Een voorbeeld van ergativisatie kan dit verhelderen:
| | IEMAND(1) droogt IETS(2) > IETS(2) droogt
|
De basis is dus 'IEMAND1 droogt IETS2'. Een persoon (1)
veroorzaakt dat iets (2) droog wordt. Hij maakt iets droog.
Doordat het werkwoord drogen ergativiseerbaar is, kan 'IETS2 droogt' verkregen worden.
Het object van het werkwoord drogen staat na ergativisatie op de
subjectpositie. In de ergatiefvariant wordt iets spontaan of door
omstandigheden droog.
Zoals de passiefvariant is de ergatiefvariant dus af te leiden met een regel.
Deze variant moeten we dus niet in het lexicon opnemen.
Het zou een soort operatie kunnen zijn op het S-frame van bepaalde
werkwoorden. Er is alleen een feature-markering op het werkwoord zelf nodig,
dat aangeeft dat ergativisatie bij het betreffende werkwoord mogelijk is.
Ergativisatie deleert de externe rol, indien die aanwezig is.
Het diepte-subject verdwijnt in de oppervlaktestructuur.
De NP als intern argument of diepte-object\footnote{het oorspronkelijke object
vóór ergativisatie}
ontvangt nu geen casus meer. Deze NP moet om die reden verplaatst worden naar
de subjectpositie van de zin om casus te ontvangen van [+tense,Agr].
Men houdt een ergatiefconstructies over waar het diepte-object op
de subjectpositie staat.
Laten we nog eens kijken naar voorbeelden hiervan in het Nederlands.
De omzetting naar de ergatiefvariant:
(Deze omzetting kunnen we ook karakteriseren als:
[+AGE +OBJ] > [+OBJ].)
| | [hij] smelt [het ijs] > [het ijs] smelt
|
| | [hij] droogt [de was] > [de was] droogt
|
| | [hij] kookt [het water] > [het water] kookt
|
| | [hij] vermeerdert [het loon] > [het loon] vermeerdert
|
| | [hij] verbetert [de situatie] > [de situatie]
verbetert
|
| | [hij] breekt [het glas] > [het glas] breekt
|
Ergativisatie is dus een soort proces dat de ergatiefvariant afleidt uit
de causatieve variant.
Deze ergatieve werkwoorden worden ook wel unaccusative verbs,
genoemd [Hoekstra 1984], 'werkwoorden zonder accusatief'.
Er blijkt een grote overeenkomst te zijn tussen ergativisatie en
passivisatie.
Ergativiteit en passiviteit zijn, wat de structuur/vorm en interpretatie
betreft, nauw verweven. De bovengenoemde vorm van ergativisatie is een soort
passief-ergativisatie. Ergatieve constructies zijn om die reden
zelf niet te passiviseren: ze missen een externe theta-rol die
nodig is voor het proces van passivisatie.
Passivisatie wordt geblokkeerd als er geen externe rol is, want bij
passivisatie moet een externe rol gedeleerd of tussen haakjes gezet worden.
Er is overigens wel een verschil tussen ergativisatie en passivisatie.
Bij ergativisatie verdwijnt de oorspronkelijke externe rol, terwijl bij
passivisatie deze externe rol toch nog via een optionele
door-bepaling gerealiseerd kan worden.
Hoewel de afgeleide structuren die ontstaan na ergativisatie niet
in het lexicon opgenomen moeten worden, dient het kenmerk
ergativiseerbaarheid [+ERGAT] wel vermeld te worden in het
lexicon bij het betreffende werkwoord. Het is een toevallige,
niet-structurele eigenschap. Niet alle werkwoorden kunnen immers
ergatief gebruikt worden. In dit opzicht lijkt dit kenmerk sterk
op het kenmerk passiviseerbaarheid. Een bijzonderheid is verder
toch ergativisatie bij sommige werkwoorden verplicht is. Meer
toepassingen van ergativisatie zullen we zien als de volgende
subparagraaf over reflexiviteit is behandeld.