Doctoraalscriptie (1996)
K.U. Nijmegen


Subcategorisatie
Een onderzoek naar SUBCATEGORISATIE en de verwerking ervan in een NLP-systeem.

Simon van Dreumel

Reflexiviteit

Reflexiviteit gaat over de reflexieve of wederkerende voornaamwoorden, zoals zich, en om de vraag of werkwoorden voor [+REFLEXIEF] kunnen selecteren. Er zijn werkwoorden die verplicht een reflexief voornaamwoord als zich bij zich hebben, terwijl andere werkwoorden zo'n reflexief pronomen niet bij zich kunnen hebben. Als tussengroep gelden de werkwoorden die optioneel een reflexief pronomen nemen. De eerste groep noemen we noodzakelijk wederkerende werkwoorden en de laatste groep noemen we toevallig wederkerende werkwoorden.

Het kenmerk reflexiviteit in de vorm van [+/–REFL] bij werkwoorden dient opgenomen te worden in het lexicon. Sommige werkwoorden selecteren als argument een NP in de vorm van een reflexief pronomen, andere daarentegen niet. De groep reflexieve werkwoorden (reflexieven) moet onderscheiden worden van toevallig wederkerende werkwoorden die zich optioneel als object kunnen hebben. Het pronomen bij toevallig wederkerende werkwoorden kan vervangen worden door een gewone NP waar een wederkerig voornaamwoord zichzelf. Ook substitutie van het voornaamwoord door een niet-reflexief persoonlijk voornaamwoord hem/haar/het behoort tot de mogelijkheden. Dit levert ongrammaticaliteit op bij reflexieve werkwoorden. De mogelijk of onmogelijkheid van vervanging kunnen we gebruiken als test om te bepalen met welk type werkwoorden we te doen hebben.

Wederkerend werkwoord (verplicht zich)
hij vergist [ zich ]
* hij vergist [ zichzelf ]
* hij vergist [ hem / haar / het / een ander ]
Toevallig wederkerend werkwoord (optioneel zich)
hij wast [ zich ]
hij wast [ zichzelf ]
hij wast [ hem / haar / het / een ander ]
Niet-wederkerend werkwoord (nooit zich)
* hij kijkt naar [ zich ]
hij kijkt naar [ zichzelf ]
hij kijkt naar [ hem / haar / het / een ander ]

In het lexicon kan gebruik gemaakt worden van het feature [+/–REFL] om de reflexiviteit aan te geven. Reflexieve werkwoorden worden gemarkeerd met [+REFL]. Door het betreffende feature optioneel te laten zijn [(+REFL)], houden we de mogelijkheid open dat een werkwoord zowel een reflexief als een niet-reflexief object kan nemen. Het pronomen zichzelf is een gewoon object en niet een reflexieve vorm van het werkwoord.

Werkwoorden met feature [+/–REFL]

vergissen [+REFL]: verplicht reflexief
wassen [(+REFL)]: toevallig reflexief
bekijken [–REFL]: niet-reflexief

Een toevallig wederkerend werkwoord, dat optioneel zich neemt, kan onder één ingang opgenomen worden. Er hoeven in deze benadering dus geen twee afzonderlijke lexicale ingangen van een en hetzelfde werkwoord gestipuleerd te worden, respectievelijk voor de reflexieve en niet-reflexieve variant. Een voorbeeld hiervan is wassen:

EA[NP] IA[NP(+/–REFL)]
Jan wast zich/zichzelf/een ander

Hier staat tegenover een werkwoord zoals zich vergissen, dat een verplicht wederkerend pronomen heeft. Dit reflexieve pronomen zich verandert mee met het subject in persoon en getal:

ik [p1,-plu] vergis me
jij [p2,-plu] vergist je
hij/zij/het [p3,-plu] vergist zich
wij [p1,+plu] vergissen ons
jullie [p2,+plu] vergissen je
zij [p3,+plu] vergissen zich

Alleen de wederkerende en toevallig wederkerende werkwoorden hoeven gemarkeerd te worden met het feature [REFL]. We nemen daarom alleen het kenmerk [+REFL], eventueel optioneel, op in het lexicon. Bij de andere niet-reflexieve werkwoorden geldt automatisch de waarde [–REFL]. Deze waarde is te beschouwen als standaardwaarde of default-waarde. Zo'n default-waarde heeft als voordeel dat alleen de werkwoorden waar reflexiviteit speelt, gemarkeerd hoeven te worden met [+REFL] of ([+REFL]). Hierbij moet dan opgemerkt worden dat de groep wederkerende werkwoorden veel kleiner is dan de groep niet-wederkerende werkwoorden.

Het verplichte zich heeft geen theta-rol. De vraag is wat de status is van het verplichte reflexieve pronomen bij wederkerende werkwoorden. Het staat wel op de objectpositie, zoals blijkt uit de zogenaamde 'V[+inf]-doet/deed...'-test [Van den Hoek 1971, p.168-169].

troosten doet/deed hij [haar]
schamen doet/deed hij [zich]
vergissen doet/deed hij [zich]

In \hetvb zien we dat het reflexieve pronomen zich op de objectpositie staat in de syntactische structuur. Anders zou zich bij werkwoord vergissen staan, waarbij het dan één geheel zou vormen met het werkwoord. Dit verplichte reflexieve pronomen is aan de andere kant niet referentieel: het heeft geen theta-rol. Het heeft misschien wel betrekking op de handeling van het subject. Er moet verder worden opgemerkt dat passivisatie van een reflexief werkwoord uitgesloten is. NP-verplaatsing is dus niet mogelijk waarbij het externe argument gedeleerd wordt of tussen haakjes gezet. Dit is een eigenschap die we ook al zagen bij verplichte ergatieve werkwoorden zoals groeien, sneuvelen en genezen \footnote{De samenhang tussen ergativisatie en reflexiviteit zal in de volgende paragraaf \ref{paragraaf-ergatiefspooranalyse} in de vorm van de ergatiefspoor-analyse uitgewerkt worden.} Bovendien is zich niet te topicaliseren. Dit verplichte zich moeten we dus niet als een intern argument beschouwen met een aparte theta-rol van het werkwoord. Het lijkt eerder een markering bij het werkwoord.



Voor opmerkingen of vragen over deze pagina kunt u contact opnemen met Simon van Dreumel
Laatst gewijzigd op 25 augustus 2025