Laten we het reflexieve werkwoord (zich) verspreiden eens nader
bekijken. Er lijkt hier sprake van een toevallig reflexief pronomen.
Als we het kenmerk +/CAUSE verwaarlozen, zouden we één
S-frame krijgen:
| verspreiden : EA[NP] IA[NP,(+REFL)]
|
Dat dit niet correct is, blijkt al snel als we de thematische rollen en
semantische features erbij betrekken. Het interne argument bij het werkwoord
in de causatieve lezing vereist een NP met het feature [+plu] of [+mass].
Het moet meervoudig zijn of een massa/verzameling/groep
(vergelijkbaar met meervoudig object) aanduiden.
In de afgeleide ergatieve variant blijkt deze semantische beperking van
meervoudigheid van toepassing te zijn op het subject, het externe argument.
Wat er gaande is, kan iets preciezer weergegeven worden.
Als het argument op de EA-positie de rol van object heeft, dan geldt deze
beperking van pluraliteit op dit argument.
Als het externe argument de rol van Agens krijgt,
is deze semantische beperking van meervoudigheid niet van toepassing op dit
argument maar op het interne argument met de rol van Object.
Dus het is niet altijd het subject waar de pluraliteitsrestrictie op van
toepassing is.
De volgende voorbeelden laten dit nog eens duidelijk zien:
+AGE +OBJ:
| | de agent verspreidde de menigte [+mass]
|
| | de agent verspreidde de mensen [+plu]
|
| * | de agent verspreidde het kind [-mass/-plu]
|
+OBJ:
| | de menigte [+mass] verspreidde zich
|
| | de mensen [+plu] verspreidden zich
|
| * | het kind [-mass/-plu] verspreidde zich
|
Dit is een duidelijke aanwijzing dat er sprake is van optionele ergativisatie.
Als het interne argument via ergativisatie op de subjectpositie komt,
dan worden alle semantische restricties die aan dat interne argument
zijn opgelegd door het werkwoord, zoals [+mass/+plu] in het geval van
het werkwoord verspreiden), meegenomen naar de nieuwe positie van
het verplaatste argument.
Dit is ook te demonstreren aan de hand van andere werkwoorden, zoals
verbreiden, vermenigvuldigen en verenigen:
| iemand verbreidt/vermenigvuldigt/verenigt iets >
|
| iets verbreidt/vermenigvuldigt/verenigt zich
|
Wat hier frappant is, is dat het reflexieve pronomen zich
steeds verschijnt in de ergatieve variant van werkwoorden die
ergativisatie en reflexivisatie toestaan.
De aanname was dat zich op de object-positie zou staan.
Dit reflexieve pronomen kunnen we echter niet als intern argument
beschouwen.
Het reflexief pronomen lijkt afgeleid te zijn van het subject, in die zin
dat het de wederkerendheid uitdrukt ten opzichte van het subject.
| | de menigtei verspreidt zichi
|
| * | de menigtei verspreidt zichj
|
Als we aannemen dat zich met het werkwoord een soort eenheid
vormt, dan zouden we twee S-frames krijgen,
namelijk één voor (iets) verspreiden en één voor zich
verspreiden, waar zich op de objectspositie staat.
We willen echter liever de ene variant afleiden uit de andere.
Ik kies daarom voor parametrisering van ergativisatie.
Ieder werkwoord wordt gemarkeerd voor het feature [+/ergat].
Ergativisatie mag wel of niet worden toegepast op het S-frame van
het werkwoord. In dit geval kan ergativisatie ook optioneel zijn, zodat
er bij dit werkwoord naast de causatieve variant een ergatieve variant kan
bestaan.
We geven er dus de voorkeur aan, de causatieve en ergatieve
varianten uit één S-frame af te leiden.
Het zou immers wel heel toevallig zijn als al deze werkwoorden
hetzelfde type variatie in hun frames zou hebben.
In alle gevallen ligt het voor de hand om de causatieve
variant als de onderliggende te beschouwen (basis-S-frame).
Daarbij figureren namelijk de meeste participanten aan de handeling.
Uiteindelijk wordt de ergatieve variant dan afgeleid uit de
causatieve variant.
We keren terug naar het voorbeeld van verspreiden. Waarom treedt
in de ergatieve variant het reflexieve pronomen op?
Wat er lijkt te gebeuren is dat het subject (extern argument) en object
(intern argument) samenvallen. Het object wordt verplaatst naar
de subjectpositie. Het reflexieve pronomen zich blijft als spoor
achter op de objectspositie en het combineert tot een semantische eenheid
met het werkwoord: zich verspreiden.
Dit verplichte zich zonder thematische rol moeten we hier dus als
ergatiefspoor beschouwen van het interne argument dat na ergativisatie
op de subjectpositie is komen te staan.
| | iemand droogt ietsi >
ietsi droogt (soort passief-ergativisatie)
|
| | iemand verspreidt ietsi >
ietsi verspreidt zichi
(combinatie-ergativisatie)
|
We kunnen hier een gelijkenis zien met andere toepassingen van
combinatie-ergativisatie, zoals het co-subject
dat na ergativisatie samen met het oorspronkelijke subject
een meervoudig subject oplevert:
| | iemand praat met iemand >
[iemand+iemand] praten met elkaar
|
| | iemand ontmoet iemand >
[iemand+iemand] ontmoeten elkaar
|
| | iemand lijkt op iemand >
[iemand+iemand] lijken op elkaar
|
Bij combinatie-ergativisatie wordt het externe argument gecombineerd met
het interne argument, zodat op de subjectpositie een meervoudig subject
ontstaat (vervangbaar door wij/jullie/zij [+plu]). Op de objectpositie
blijft dan het reflexieve pronomen elkaar achter. Het reflexieve
pronomen is ook hier een ergatiefspoor.
In al deze gevallen moeten we de ergatieve/reflexieve variant met het
meervoudige subject als de afgeleide te beschouwen. De operatie
ergativisatie is in al deze gevallen hetzelfde: het interne argument wordt
of combineert met het externe.
Een voorspelling van deze analyse zou zijn dat alle werkwoorden
die een pluraal subject eisen, eigenlijk onder deze noemer vallen.
Dit zou betekenen dat een werkwoord in het basis-S-frame alleen pluraliteit
kan opleggen aan interne argumenten.
Alleen het werkwoord kan in aanmerking komen voor het feature [+REFL].
Ik kies dan ook voor parametrisering van de werkwoorden met dit
reflexiviteitsfeature.
Als een werkwoord gemarkeerd is met [+REFL], dan wil dat zeggen dat het
werkwoord verplicht reflexief is. Er hoort dus een verplicht reflexief
pronomen bij.
Het reflexieve pronomen heeft geen theta-rol.
In wezen fungeert dit reflexieve pronomen als ergatiefspoor.
Via een algemene regel Reflexivisatie wordt het juiste reflexieve pronomen
ingevoegd op de objectplaats.
| vergissen [+REFL]: hij vergist [+REFL] > hij vergist [zich]
|
In deze benadering wordt duidelijk dat dit reflexief pronomen geen intern
argument is, maar het gevolg is van een reflexiefmarkering bij het werkwoord.
Het voordeel hiervan is dat we dit reflexief pronomen niet
in het S-frame hoeven op te nemen.
Het is immers geen intern argument bij het werkwoord,
onder andere omdat het geen theta-rol van dit werkwoord ontvangt.
Een andere aanwijzing hiervoor is dat het reflexief pronomen bij bepaalde
werkwoorden soms gewoon weg kan vallen zonder dat de betekenis
grondig verandert. Dit geeft aan dat het een reflexief-markering is bij
het werkwoord en dat het zelf geen intern argument is met een theta-rol.
| | iets vertakt zich = iets vertakt
|
| | hij berust zich in iets = hij berust in iets
|
Dat dit reflexief pronomen bij wederkerende werkwoorden geen intern argument
is, blijkt ook uit het feit dat het niet te topicaliseren is.
Gewoonlijk kan een intern argument namelijk wel op de [Spec,CP]-positie
staan als de focus of nadruk op dit argument ligt.
Het voordeel van deze benadering is dat de positie van het reflexief
pronomen niet meer gestipuleerd hoeft te worden in het S-frame van het
verplicht wederkerende werkwoord. Dit wordt nu structureel beregeld.
Dit reflexief pronomen blijft wel verbonden met het subject van de handeling:
hij vergist zich hij is degene die zich vergist, de vergissing ligt bij
die ene persoon zelf en niet bij een ander.
Dit volgt uit de ergatiefspoor-analyse.
Voordat ergativisatie was toegepast, stond op de plaats van het verplichte
reflexieve pronomen het interne argument.
Dit interne argument komt nu na ergativisatie op de EA-positie als
syntactisch subject. Dit afgeleide subject blijft echter verbonden met de
IA-positie via het reflexief pronomen. Dit reflexief pronomen is
dus eigenlijk een ergatiefspoor: het spoor dat achterblijft nadat
ergativisatie is toegepast bij wederkerende werkwoorden.
Dit spoor op de IA-positie (het reflexieve pronomen) blijft anaforisch
verbonden met het afgeleide subject op de EA-positie.
De combinatie ergativisatie en reflexivisatie vormt een bijzondere groep.
Ik kom uiteindelijk tot de volgende coderingen:
- [(+ERGAT,+REFL)] :
ergativisatie is optioneel, alleen indien ergativisatie wordt
toegepast, is reflexivisatie verplicht, anders: [REFL].
Hier laat ergativisatie met andere woorden een ergatiefspoor achter.
Het verband tussen ergativisatie en reflexiviteit is in deze gevallen
duidelijk:
[
ERGAT] > [
REFL].
Voorbeelden hiervan zijn:
| ERGAT: | iem. hoopt/splitst iets op | [REFL]
|
| +ERGAT: | iets hoopt/splitst zich op | [+REFL]
|
| | |
|
| ERGAT: | iem. breidt iets/de groep uit | [REFL]
|
| +ERGAT: | iets/de groep breidt zich uit | [+REFL]
|
| | |
|
| ERGAT: | iem. verzamelt/verbreidt/verenigt iets/de groep | [REFL]
|
| +ERGAT: | iets/de groep verzamelt/verbreidt/verenigt zich | [+REFL]
|
Er resteert nog een groep werkwoorden met de volgende parametrisering:
- [(+ERGAT,(+REFL))] :
ergativisatie is optioneel; alleen indien ergativisatie wordt
toegepast is reflexivisatie in bepaalde gevallen mogelijk,
anders: [REFL].
Hier geldt eveneens de ergatiefspoor-analyse. Ergativisatie is hier
optioneel. Als er geen ergativisatie plaatsvindt, dan kan er, zoals bij
de eerste groep, geen ergatiefspoor worden achtergelaten.
In dit geval is het echter zo, dat na het toepassen van ergativisatie
niet altijd een ergatiefspoor wordt achtergelaten. Het ergatiefspoor is
dus niet verplicht. Dit lijkt af te hangen van de semantische rol van het
interne argument dat bij ergativisatie verplaatst wordt naar de EA-positie.
Hier lijkt dus een generalisatie mogelijk voor het wel of niet voorkomen
van het ergatiefspoor (+REFL) na ergativisatie, en wel via theta-rollen:
alleen als een Datief (IA[+DAT]) op de EA-positie komt, wordt een
ergatiefspoor achtergelaten [+REFL]. Waarom nu juist de Datiefrol?
Het is in de meeste gevallen zo, dat een reflexief pronomen alleen kan
verwijzen naar personen. De Datiefrol, die inherent het feature [+ani]
of [+human] impliceert, is dan niet zo vreemd.
We krijgen dan het volgende verband:
[ERGAT] > [REFL] en
bij [+ERGAT]:
EA-rol(
DAT) > [
REFL].
De volgende voorbeelden met psyche-werkwoorden ondersteunen
deze analyse:
| ERGAT,REFL: | iem.[+AGE] amuseert/ergert/verheugt/verwent iem.[+DAT] (met iets[+OBJ])
|
| +ERGAT,+REFL: | iem.[+DAT] amuseert/ergert/verheugt/verwent zich (met/over/op iets[+OBJ])
|
| +ERGAT,REFL: | iets[+OBJ] amuseert/ergert/verheugt/verwent iem.[+DAT]
|
|
|
| ERGAT,REFL: | iem.[+AGE] houdt iem.[+DAT] bezig (met iets[+OBJ])
|
| +ERGAT,+REFL: | iem.[+DAT] houdt zich bezig (met iets[+OBJ])
|
| +ERGAT,REFL: | iets[+OBJ] houdt iem.[+DAT] bezig
|
|
|
| ERGAT,REFL: | iem.[+AGE] interesseert iem.[+DAT] (in iets[+OBJ])
|
| +ERGAT,+REFL: | iem.[+DAT] interesseert zich (in iets[+OBJ])
|
| +ERGAT,REFL: | iets[+OBJ] interesseert iem.[+DAT]
|
|
|
| ERGAT,REFL: | iem.[+AGE] herinnert iem.[+DAT] (aan iets[+LOC])
|
| +ERGAT,+REFL: | iem.[+DAT] herinnert zich (iets[+OBJ])
|
| +ERGAT,REFL: | iets[+OBJ] herinnert iem.[+DAT] (aan iets[+LOC])
|
Deze groep is nog uit te breiden met nog een aantal psyche-werkwoorden
zoals
storen, verbazen, verlustigen, verontrusten, vervelen, verwonderen.
Hieronder wil ik nog enkele kanttekeningen plaatsen aangaande ergativisatie.
Allereerst kunnen er verschillen zijn tussen de causatiefvariant, de
ergatieve en reflexief-ergatieve variant.
Zo is de met-PP mogelijk bij de causatiefvariant, maar
niet mogelijk bij de ergatiefvariant.
Verder komt een CP alleen bij de ergatiefvariant voor.
Laten we deze verschillen eens nader bekijken aan de hand van
het werkwoord amuseren.
| amuseren ([+ERGATIEF]) : | EA[NP:+AGE]
| IA[NP:+DAT]
| IA[met+NP/CP:+OBJ/INS]
|
Hierbij nemen we aan dat een dergelijk werkwoord zoals amuseren
alleen casus heeft voor zijn datief.
Hieronder zal ik de afleidingen laten zien, afhankelijk van het aspect van
mogelijke ergativiteit van het werkwoord in samenhang met de
argumenten die gerealiseerd worden in de syntactische structuur.
Ik begin met de zinnen in de causatieve (niet-ergatieve) lezing.
| | iemand amuseert iemand (met iets)
|
| * | iemand amuseert iemand [om iets te doen]
|
| * | iemand amuseert iemand iets
|
In \hetvb zijn de zinnen (b) en (c) ongrammaticaal,
omdat NP op PF, en CP blijkbaar op LF, zijn nominale features gecheckt
moet hebben. Een PP hoeft dat niet.
Bij de ergatief-variant verliest EA zijn theta.
Het object wordt verplaatst naar de EA-positie
\footnote{Het object heeft al geen casus, dus is het
eigenlijk maar een halve ergatief.}.
Nu krijgen we:
| * | [met iets] amuseert iemand
|
| | [om iets te doen] amuseert iemand
|
| | [iets] amuseert iemand
|
| * | het amuseert iemand met iets
|
| | het amuseert iemand [om iets te doen]
|
| * | het amuseert iemand [iets]
|
Zin (a) is hier ongrammaticaal omdat PP niet op EA kan staan.
Alleen categorieën met nominale features, zoals NP's, zijn daar
toegestaan.
Zin (d) is fout omdat het LF-affix het semantisch niet
naar een PP kan verwijzen\footnote{Vergelijk het voorlopig onderwerp en
voorlopig lijdend voorwerp in het algemeen},
en zin (f) is ongrammaticaal omdat iets geen casus krijgt.
We kunnen concluderen dat onafhankelijke principes ervoor zorgen
dat de goede zinnen worden afgeleid zonder of met ergativisatie.
Het is aantrekkelijk om de gedachte van de ergatiefspoor-analyse
door te trekken naar alle reflexieve werkwoorden.
Ergativisatie zou dan ook gelden bij de resterende grote groep van
reflexieve werkwoorden:
- [+ERGAT,+REFL] :
ergativisatie is verplicht;
er wordt een ergatiefspoor (reflexief pronomen) achtergelaten.
Hier hebben we de groep werkwoorden waarvan het interne argument via
verplichte ergativisatie op de EA-positie terechtkomt. Op de positie van
het interne argument blijft dan ergatiefspoor in de vorm van een
reflexief pronomen achter.
Bij verplicht reflexieve werkwoorden hebben we in veel gevallen te maken
met een Datief-rol op de subjectpositie. Dit versterkt het vermoeden dat
het reflexieve pronomen bij verplicht reflexieve werkwoorden het resultaat
is van verplichte ergativisatie van het interne argument met de Datief-rol.
Het S-frame van vergissen, een verplicht reflexief werkwoord,
zou er dan in deze benadering zo uitzien:
| vergissen [+ERGAT]: | EA[NP:theta] | IA[NP:+DAT]
|
Verplichte reflexiviteit volgt uit het feit dat een intern argument met de
Datiefrol na verplichte ergativisatie op de EA-positie komt.
Dit levert het volgende op:
| +ERGAT, +REFL: | iemand[+DAT]i vergist zichi
|
Door deze nieuwe benadering aan te nemen, worden sommige werkwoorden van de
groep van niet-verplicht (= optioneel) reflexieve werkwoorden iets moeilijker
te coderen. Voorbeelden hiervan zijn:
wassen/kammen/borstelen/scheren [(+REFL)].
De vraag is of we de reflexieve variant bij deze werkwoorden kunnen
verantwoorden met ergativisatie in combinatie met de ergatiefspoor-analyse.
Hier lijkt een aanwijzing voor te zijn.
We zien namelijk dat het reflexief pronomen niet tegelijk gecombineerd kan
worden met een normale NP:
| * | hij wast/scheert [zich en zichzelf]
|
| * | hij kamt/borstelt [zich en zijn haar]
|
Het wassen wordt in iets/iemand/zichzelf wassen verricht door
de persoon zelf. Het subject heeft dan de rol van Agens.
Laten we eens aannemen dat voor het subject van wassen
ook een Datiefrol kan gelden: iemand "ondergaat" de activiteit.
Als we dan ergativisatie verdisconteren in de analyse, dan krijgen we de
volgende S-frames voor werkwoorden als wassen:
| S-frames: | 1. EA[NP:+AGE] | (IA[NP:+OBJ]) |
|
| | 2. EA[NP:theta] | IA[NP:+DAT] | met [+ERGAT, +REFL]
|
| ERGAT,REFL : | iem.[+AGE] wast (iets/iemand)
|
| +ERGAT,+REFL : | iem.[+DAT] wast zich
|
Hier moeten we twee S-frames aannemen. We willen eigenlijk generaliseren.
Maar hier kan dat problemen opleveren.
Door in het tweede S-frame de rol Object in plaats van Datief bij IA aan te
nemen, zouden de twee S-frames wel samengenomen kunnen worden.
Dan is alleen de markering [(+ERGAT,+REFL)] nodig: ergativisatie is
optioneel; indien het wordt toegepast, dan is reflexivisatie ook
verplicht.
Het is echter de vraag of we wel met een Object te maken hebben.
Je kunt immers wel zeggen: iemand wast de auto/iets[+OBJ],
maar niet:
| * | de auto/iets[+OBJ] wast zich
|
In de reflexief-variant kan het subject dus alleen +AGE of +DAT zijn,
namelijk alleen [+ani,+human].
Ik denk dan ook dat het reflexieve pronomen bij deze werkwoorden beter
niet gezien moet worden als ergatiefspoor. Het typerende is dat bij
werkwoorden als wassen, kammen, borstelen, scheren het kenmerk
[+lichaam(sdeel)] past. Je wast je lichaam, je kamt/borstelt je haren,
je scheert je haren. Het reflexieve pronomen zich lijkt meer
te neigen naar het pronomen zichzelf, verwijzend naar (een deel
van) jezelf. Dit pronomen zichzelf blijkt bij al deze werkwoorden
als intern argument goed mogelijk te zijn:
hij wast/borstelt/kamt/scheert zichzelf.
In wezen zouden we dan kunnen volstaan met één S-frame waar de
markering van (optionele) reflexiviteit niet bij het werkwoord
staat, zoals bij de andere reflexieve werkwoorden het geval is, maar bij de
betreffende NP zelf (hier: IA met de Object-rol):
| EA[NP:+AGE] | IA[NP(+/REFL):+OBJ]
|
Maar er blijft in deze analyse een probleem.
De coördinatie [zich en NP] is hier niet mogelijk op de
objectpositie, terwijl zichzelf en NP] daar wel mogelijk is.
Het reflexieve pronomen zich lijkt geen theta-rol te krijgen
van het werkwoord.
Dit komt nu niet tot uitdrukking in het S-frame. We zouden hier terug willen
vallen op de ergatiefspoor-analyse. Ik denk dat ik op een punt
ben aangekomen waar ik de kwestie moet laten rusten. Hiernaar zal
verder onderzoek nodig zijn.
Laat ik als afsluiting een samenvatting geven van de gebruikte codering
bij de ergatiefspoor-analyse met de features [+/ERGAT] en [+/REFL].
| [+ERGAT,+REFL] | : verplichte ergativisatie, ergatiefspoor
|
| [+ERGAT,(+REFL)] | : verplichte ergativisatie, alleen ergatiefspoor bij EA[+DAT]
|
| |
|
| [(+ERGAT,+REFL)] | : indien ergativisatie, dan ergatiefspoor
|
| [(+ERGAT,(+REFL))] | : indien ergativisatie, dan alleen ergatiefspoor bij EA[+DAT]
|
| |
|
| [ERGAT,REFL] | : geen ergativisatie mogelijk, geen ergatiefspoor
|
Een andere mogelijkheid is om in plaats van de aanduiding [+REFL] of [REFL]
gebruik te maken van [+theta] of [theta]:
| [+theta] | : NP [REFL], een gewone NP (evt. zichzelf)
|
| [theta] | : NP [+REFL], reflexief pronomen (zich)
|
We moeten concluderen dat de features [+/ERGAT] en
[+/REFL] (of een variant daarvan in termen van +/theta)
toereikend zijn om aan te geven of de ergatiefvariant mogelijk is en
indien dat het geval is of er een ergatiefspoor achtergelaten kan of moet
worden in de vorm van een reflexief pronomen.
De samenhang tussen ergativisatie en reflexiviteit is door de
ergatiefspoor-analyse beter te begrijpen.