Doctoraalscriptie (1996)
K.U. Nijmegen


Subcategorisatie
Een onderzoek naar SUBCATEGORISATIE en de verwerking ervan in een NLP-systeem.

Simon van Dreumel

Laten

Het hulpwerkwoord van causaliteit triggert verplicht RTO: het subject wordt altijd verheven tot object van de matrix-zin. Dit hulpwerkwoord voegt causaliteit toe: iemand zorgt ervoor of veroorzaakt dat iets gebeurt. Bovendien wordt er telkens een extra argumentspositie gecreëerd bij een causatief hulpwerkwoord:

hij lacht — zij laat [hem lachen]
hij ziet de hond — zij laat [hem de hond zien]
hij geeft mij een boek — zij laat [hem mij een boek geven]

Ik wil hieronder nagaan wat het S-frame is van laten. Hierbij moet gezegd worden dat er minstens drie soorten laten zijn. Zo kan de zin ik laat hem dansen de volgende interpretaties hebben:

  1. ik veroorzaak dat hij danst
  2. ik laat het toe dat hij danst
  3. ik laat zijn dansen doorgaan

In de eerste lezing komt het causatieve laten naar voren. In lezing 2 en 3 en in een zin als zij laat iets (na te doen) wordt echter het zelfstandige werkwoord laten gebruikt. Hier zijn we geïnteresseerd in het causatieve laten. Het is duidelijk dat het causatieve laten een rol van Veroorzaker (Causer) toevoegt.

iemand doet iets
zij laat [iemand iets doen]

De theta-rol van EA wordt hier dus door het causatieve werkwoord bepaald. Dit werkwoord heeft echter verder geen invloed op het complement. Er worden geen syntactische restricties opgelegd aan dit complement en de thematische roltoekenning hangt af van het hoofdwerkwoord in het complement van laten, zoals de volgende voorbeelden laten zien:

* het laat het regenen
* het laat hem komen
hij laat het regenen
hij laat hem komen
zij laat hem het boek zien
zij laat mij hem het boek zien
zij laat mij hem het boek geven
zij laat mij hem haar het boek geven

We moeten laten in de causatieve lezing beschouwen als hulpwerkwoord. Hiervoor zijn enkele aanwijzingen te geven.

Allereerst kan het causatieve werkwoord laten niet zelfstandig voorkomen. Het heeft een hoofdwerkwoord nodig. We zien dat het met een hoofdwerkwoord optreedt in de vorm van een infinitiefzin (zonder te).

* hij laat
* hij laat hem
hij laat hem lachen

Ten tweede is de dummy-formule niet op het causatieve laten toe te passen.

* IETS laten
* IEMAND IETS laten

Een derde aanwijzing kunnen we afleiden uit het volgende voorbeeld:

Jan liet het boek slingeren

Als we laten als zelfstandig werkwoord zouden beschouwen dat een ingebedde zin selecteert, dan is hier echter de vraag wat voor zin hier ingebed moet zijn? Het deel het boek slingerde kunnen we immers niet als zin beschouwen. Het lijkt er eerder op dat de combinatie laten slingeren hier één werkwoordelijke constructie is. Vergelijk ook:

Jan hoorde Piet zingen en Marie hoorde dat ook
* Jan liet het boek slingeren en Marie liet dat ook

Dit verschil zouden we kunnen verklaren door te stellen dat een perceptiewerkwoord werkwoord horen min of meer zelfstandig is, terwijl het werkwoord laten dat niet is.

ik hoor iets (= een geluid / dat hij komt / hem zingen)
* ik liet iets

Een perceptiewerkwoord kan subcategoriseren voor een NP of een CP als intern argument, het causatieve RTO-werkwoord laten kan dat echter niet.

Als laatste aanwijzing voor de status van hulpwerkwoord voor het causatieve werkwoord laten is de aanvulling met iets gebeuren. Evenals voor de meeste andere hulpwerkwoorden, leidt deze aanvulling ook bij laten tot een grammaticale zin:

iemand laat iets gebeuren

Het causatieve werkwoord laten moeten we dus als een hulpwerkwoord beschouwen. Er is dan sprake van VP-selectie. Het werkwoord laten selecteert een nontheta VP, en een nontheta NP. Het subject van de VP moet naar de nontheta NP positie om casus te krijgen. RTO wordt dus verplicht getriggerd. Deze analyse komt redelijk overeen met de feiten. Zo kent het complement geen te of finiete vorm (geen IP), en geen voegwoorden of wh-eilandeffecten (geen CP). We moeten vaststellen dat hulpwerkwoorden VP-selecteerder te zijn.

Syntactisch kunnen we de structuren met het causatieve laten als volgt bekijken:

[NP V-laat (NPi) [VP ... [V'... ti [V] ] ] ]
–theta –theta

Door RTO is de NP uit de VP op de objectspositie van de matrix-zin komen te staan. Daar ontvangt het casus. De infinitiefzin bevat geen +tense, zodat er geen +nom wordt uitgedeeld aan het subject: de NP kan daar niet als subject gerealiseerd worden. De NP die op die objectspositie staat bij laten hoeft niet altijd het semantische subject of diepte-subject te zijn van het (ingebedde) hoofdwerkwoord maar kan ook het diepte-object zijn:

zij laat [hem] [de opdracht] uitvoeren (door jou/*hem)
zij laat [de opdracht] uitvoeren (door hem)
ik laat [jou] [de tafel] dekken (door *jou/hem)
ik laat [de tafel] dekken (door jou)

In de gevallen waar het diepte-object op de lege NP-positie is komen te staan, lijkt passivisatie te zijn toegepast.

Semantisch is het wel steeds dat de veroorzaker (Causer) iets laat gebeuren. Het complement van laten zouden we als een soort Event (E) kunnen uitdrukken. Schematich weergegeven: Causer Aux/Pred [E]. In zo'n analyse wordt uitgegaan van E-posities in de syntactische structuur. Bij perceptiewerkwoorden zoals zien en horen zou eveneens gebruik gemaakt kunnen worden van de analyse met E-posities. In iemand hoort/ziet iets gebeuren neemt iemand een bepaalde gebeurtenis waar. Het complement van het perceptiewerkwoord staat dan op zo'n E-positie. In schema weergegeven: Perceiver V/Pred [E]. Deze E-analyse heeft de nodige consequenties en zal nader onderzoek behoeven.



Voor opmerkingen of vragen over deze pagina kunt u contact opnemen met Simon van Dreumel
Laatst gewijzigd op 25 augustus 2025