Doctoraalscriptie (1996)
K.U. Nijmegen


Subcategorisatie
Een onderzoek naar SUBCATEGORISATIE en de verwerking ervan in een NLP-systeem.

Simon van Dreumel

Verplichte bepalingen

In deze paragraaf wil ik het probleem van bepalingen die verplicht zijn bij specifieke werkwoorden, behandelen. De hoofdvraag is of die verplichte "bepalingen" tot de selectie van het werkwoord behoren. Concreter komt dit op het volgende neer: moeten deze geselecteerde verplichte bepalingen worden opgenomen in het S-frame van het werkwoord? De vrije bepalingen zullen erbij genomen worden voor het contrast met deze verplichte bepalingen. Ik zal daarbij criteria proberen te geven voor het onderscheid ertussen.

Laten we eens naar voorbeelden kijken waarin verplichte adverbiale bepalingen voorkomen \footnote{Veel van de volgende voorbeelden zijn geïnspireerd op die uit de inleiding van 'Wörterbuch zur Valenz und Distribution deutscher Verben' [Helbig & Schenkel 1969]. Het Duits en het Nederlands zijn goed vergelijkbaar, maar er zijn natuurlijk ook verschillen.}.

Bepaling van tijd (duratieve bepaling)
de bespreking duurde [tot 16.00u / drie uur / de hele middag]
* de bespreking duurde
Bepaling van plaats (locatieve bepaling)
Nijmegen ligt [aan de Waal] (liggen = "gesitueerd zijn")
* Nijmegen ligt
hij woont/verblijft/vertoeft [in Leuven]
* hij woont/verblijft/vertoeft
Bepaling van richting (directionele bepaling)
hij heeft de glazen [in de kast] gezet
* hij heeft de glazen gezet
hij heeft het boek [op tafel] gelegd
* hij heeft het boek gelegd

De PP's bij deze werkwoorden als duren, wonen, leggen zijn verplicht. Ze mogen niet achterwege blijven. Telkens wordt er één PP-constituent verwacht. Het verschil tussen vrije bepalingen en geselecteerde bepalingen is dat vrije bepalingen in principe onbegrensd in aantal toevoegbaar zijn. Een S-frame is nu juist een schema met een vast aantal argumenten. De vrije bepalingen horen dus niet in het schema van een vast aantal argumentposities dat gespecificeerd wordt door het werkwoord. Ook de aard van een vrije bepaling wordt niet direct bepaald door het werkwoord.

Er geldt wel één voorwaarde voor vrije bepalingen: ze mogen semantisch niet strijdig zijn met het werkwoord. De features van de bepalingen en het werkwoord moeten dus wel verenigbaar zijn.

* hij beheerst drie vreemde talen [in de tuin]
* zij kent [op het perron] hem
* de man sterft [soms]

De selectierestricties (semantische beperkingen) veroorzaken dat de vrije bepalingen met bepaalde inherente semantische features van het werkwoord incompatibel zijn: de werkwoorden beheersen en kennen beschrijven meer een toestand en hebben de features [+Dur,–Loc] die een Locatief uitsluiten; het werkwoord sterven beschrijft een eenmalige gebeurtenis op een bepaald tijdstip en heeft de features [–Dur,–Freq] die het voorkomen van een frequentatieve bepaling zoals soms onmogelijk maken. Dit heeft meer met de semantische valentie van werkwoorden te maken dan met de syntactische valentie (strikte subcategorisatie).

Deze vrije bepalingen zijn echter niet afhankelijk van het werkwoord: hij werkt, slaapt, eet, leest... in de tuin/op het perron/soms. Een vrije bepaling is dus autonoom: hij wordt niet door het werkwoord geselecteerd en is onafhankelijk van het werkwoord. De verplichte bepalingen zijn echter wel afhankelijk van het werkwoord. Het aantal en de aard van deze bepalingen worden immers bepaald door het werkwoord. Deze verplichte bepalingen staan op argumentposities van het werkwoord en moeten dus in het S-frame worden vastgelegd.

Een zeer bruikbaar criterium voor het vaststellen van de adjunct-status van een constituent is het reduceren van die constituent tot een zin met handhaving van de betekenis. Zo ontstaat veelal een adverbiale bijzin. Indien dit tot ongrammaticaliteit leidt, hebben we met een complement te maken. De PP's in \ref{vb-criterium1-vrije-bep} zijn dus volgens dit splits-criterium vrije bepalingen of adjuncten.

label{vb-criterium1-vrije-bep}
hij verorberde zijn boterham [op school]
= hij verorberde zijn boterham, [terwijl hij op school was]
hij bezocht ons [op een vrijdag]
= hij bezocht ons, [terwijl het vrijdag was]

De PP's in (\ref{vb-criterium1-compl}) kunnen niet gereduceerd worden tot zinnen met behoud van betekenis. Deze PP's zijn dus geen vrije adjuncten maar verplichte of optionele adjunct-argumenten of adjunct-complementen. We zien dat de verplichte locatieve en directionele PP's en AdvP's zo ook door het werkwoord geselecteerd worden. Ze zijn immers niet los te koppelen via dit criterium.

label{vb-criterium1-compl}
hij woont [in Nijmegen] <> hij woont, terwijl hij in Nijmegen is/was
—> complement
hij heeft het boek [op tafel] gelegd <> hij heeft het boek gelegd, terwijl hij op de tafel was
—> complement
hij wachtte [op hem]; hij wachtte <> hij wachtte, terwijl zijn vriend daar was
—> complement
hij stapte [in de trein] <> hij stapte, terwijl hij in trein was
—> complement

Een ander splits-criterium is het opsplitsen van de zin in twee predikaties: in de eerste predikatie staat de handeling/gebeurtenis of toestand weergegeven zonder de bepaling, in de tweede predikatie wordt daarentegen de bepaling zelf centraal gesteld. Dit is alleen mogelijk bij vrije adverbiale bepalingen/adjuncten. De mogelijke bepaling wordt dan min of meer losgekoppeld van het werkwoord. Een vrije bepaling voegt wel iets toe aan het eerste predikaat in de vorm van modificatie, maar deze bepaling wordt niet geëist door het werkwoord. Een verplichte adverbiale bepaling is daarentegen niet los te koppelen van het werkwoord: het is een aanvulling van het werkwoord zelf.

de kinderen spelen [achter het huis]
= De kinderen spelen. Het spelen is (= gebeurt) achter het huis
—> vrije adverbiale bepaling
SPELEN(de kinderen), en wel achter het huis (Locatie)
dat doen ze [achter het huis]
hij loopt [een uur]
= Hij loopt. Het lopen is (= duurt) een uur
—> vrije adverbiale bepaling
LOPEN(hij), en wel een uur (Duur)
dat doet hij [een uur]

Zo'n opsplitsing is niet mogelijk bij verplichte adverbiale bepalingen, zoals bij liggen en duren.

de moestuin ligt [achter het huis]
LIGGEN [+LOC] —> plaats: ACHTER(moestuin,huis)
de vergadering duurt [een uur]
DUREN [+DUR] —> tijd: DUUR(vergadering,uur)

Bij liggen wordt een directe relatie aangegeven tussen de positie van de moestuin en het huis: de locatie van de moestuin wordt gegeven ten opzichte van het huis. Voor duren geldt een gelijksoortige directe relatie: de tijdsduur van de vergadering en de De geselecteerde verplichte bepalingen zijn hier dus afhankelijk van het werkwoord.

Deze gesubcategoriseerde bepalingen zitten bovendien ook in de dummy-formule. Ze vertonen in dit opzicht de eigenschappen van complementen.

ZOLANG duren
ERGENS liggen/wonen/verblijven
IETS ERGENS OP/IN leggen/zetten/plaatsen
IETS ERGENS neerleggen

We moeten concluderen dat de verplichte "bepalingen" opgenomen moeten worden in het S-frame van het werkwoord: ze zijn beperkt in aantal en aard door het werkwoord.

Kort samengevat zijn de bevindingen bij bepalingen:

(A) De criteria maken een onderscheid dat bepaalt of de "adverbiale" bepaling in het S-frame wordt opgenomen.
(B) De invloed die werkwoorden op vrije adverbiale bepalingen uitoefenen is af te leiden uit de interne semantiek van het werkwoord; het gaat hier dus niet om subcategorisatie.
(C) De vrije bepalingen worden nu gesitueerd als Chomsky-adjunctie aan VP of IP.

Dit laatste punt rechtvaardigt een deel van de proeven, die immers een soort IP- of VP-anafoor creëren:

* ik woon, en [dat] doe ik in Nijmegen
ik loop stage, en [dat] doe ik in Leuven
* dat duurt, en [dat] doet het zes maanden
het regent, en [dat] doet het drie dagen

Om de vraag te beantwoorden of we verplichte PP-bepalingen kunnen beschouwen als interne argumenten, moeten we het voorzetsel van de PP nader bekijken.

In een PP-complement als in hij wacht op iemand/iets is het voorzetsel op betekenisloos (dummy-P). Het is wel een vast voorzetsel. Het wordt door het werkwoord geregeerd. Dit is niet het geval bij adjuncten in hij wacht op het perron waar het voorzetsel op betekenisvol is en door andere locatieve voorzetsel vervangen kan worden: hij wacht voor/naast/achter het perron.

Als we nu een werkwoord bekijken dat een verplichte adverbiale bepaling neemt, dan zien we dat het voorzetsel niet door het werkwoord wordt bepaald. Het voorzetsel is daarbij betekenisvol voor de inhoud van de gehele PP.

hij woont [in de stad]
hij woont [op het platteland]
hij woont [bij zijn ouders]
hij woont [tegenover een voetbalveld]

Verplichte bepalingen kunnen we dus beter niet als interne argumenten bij het werkwoord beschouwen, ook al worden deze bepalingen wel door het werkwoord geselecteerd.

We moeten dus wel twee soorten PP's onderscheiden in het S-frame:

  1. als intern argument: PP's waarin P niet uitwisselbaar maar vast is en semantisch gezien sterk redundant is (dummy-P);
  2. als adjunct-argument: de verplichte PP's waarin P een duidelijk herkenbare betekenis heeft en te vervangen is door een ander voorzetsel waardoor de betekenis van de gehele PP verandert.

We hebben gesteld dat verplichte adverbiale bepalingen door het werkwoord geselecteerd worden, ze vormen een "aanvulling van het werkwoord". Deze bepalingen zijn in aantal en aard sterk beperkt door het werkwoord en worden dus opgenomen in het S-frame. Als de verplichte bepaling door zinsreductie (bijvoorbeeld met terwijl-zin) of opsplitsing in twee predikaties gescheiden wordt van het werkwoord, levert dit ongrammaticaliteit op. Bij vrije bepalingen was dit echter niet het geval. Het aantal en de aard van deze bepalingen is in feite onbeperkt, mits de bepaling niet incompatibel is met de inherente semantiek van het werkwoord. Deze vrije bepalingen zijn optioneel en worden niet opgenomen in het S-frame.



Voor opmerkingen of vragen over deze pagina kunt u contact opnemen met Simon van Dreumel
Laatst gewijzigd op 25 augustus 2025