In deze paragraaf wil ik het probleem van bepalingen die verplicht zijn
bij specifieke werkwoorden, behandelen.
De hoofdvraag is of die verplichte "bepalingen" tot de selectie
van het werkwoord behoren. Concreter komt dit op het volgende neer:
moeten deze geselecteerde verplichte bepalingen worden opgenomen in het
S-frame van het werkwoord?
De vrije bepalingen zullen erbij genomen worden voor het contrast met
deze verplichte bepalingen. Ik zal daarbij criteria proberen te geven
voor het onderscheid ertussen.
Laten we eens naar voorbeelden kijken waarin verplichte adverbiale
bepalingen voorkomen
\footnote{Veel van de volgende voorbeelden zijn geïnspireerd op die
uit de inleiding van 'Wörterbuch zur Valenz und Distribution deutscher
Verben' [Helbig & Schenkel 1969]. Het Duits en het Nederlands zijn goed
vergelijkbaar, maar er zijn natuurlijk ook verschillen.}.
Bepaling van tijd (duratieve bepaling)
| | de bespreking duurde [tot 16.00u / drie uur / de hele middag]
|
| * | de bespreking duurde
|
Bepaling van plaats (locatieve bepaling)
| | Nijmegen ligt [aan de Waal] (liggen = "gesitueerd zijn")
|
| * | Nijmegen ligt
|
| | hij woont/verblijft/vertoeft [in Leuven]
|
| * | hij woont/verblijft/vertoeft
|
Bepaling van richting (directionele bepaling)
| | hij heeft de glazen [in de kast] gezet
|
| * | hij heeft de glazen gezet
|
| | hij heeft het boek [op tafel] gelegd
|
| * | hij heeft het boek gelegd
|
De PP's bij deze werkwoorden als duren, wonen, leggen
zijn verplicht. Ze mogen niet achterwege blijven.
Telkens wordt er één PP-constituent verwacht.
Het verschil tussen vrije bepalingen en geselecteerde bepalingen is dat
vrije bepalingen in principe onbegrensd in aantal toevoegbaar zijn.
Een S-frame is nu juist een schema met een vast aantal argumenten.
De vrije bepalingen horen dus niet in het schema van een vast aantal
argumentposities dat gespecificeerd wordt door het werkwoord.
Ook de aard van een vrije bepaling wordt niet direct bepaald door het
werkwoord.
Er geldt wel één voorwaarde voor vrije bepalingen: ze mogen semantisch
niet strijdig zijn met het werkwoord.
De features van de bepalingen en het werkwoord moeten dus wel verenigbaar
zijn.
| * | hij beheerst drie vreemde talen [in de tuin]
|
| * | zij kent [op het perron] hem
|
| * | de man sterft [soms]
|
De selectierestricties (semantische beperkingen) veroorzaken dat de vrije
bepalingen met bepaalde inherente semantische features van het werkwoord
incompatibel zijn: de werkwoorden beheersen en kennen
beschrijven meer een toestand en hebben de features [+Dur,Loc] die een
Locatief uitsluiten;
het werkwoord sterven beschrijft een eenmalige gebeurtenis op een
bepaald tijdstip en heeft de features [Dur,Freq] die het voorkomen van
een frequentatieve bepaling zoals soms onmogelijk maken.
Dit heeft meer met de semantische valentie van werkwoorden te maken dan
met de syntactische valentie (strikte subcategorisatie).
Deze vrije bepalingen zijn echter niet afhankelijk van het werkwoord:
hij werkt, slaapt, eet, leest... in de tuin/op het perron/soms.
Een vrije bepaling is dus autonoom: hij wordt niet door het werkwoord
geselecteerd en is onafhankelijk van het werkwoord.
De verplichte bepalingen zijn echter wel afhankelijk van het
werkwoord. Het aantal en de aard van deze bepalingen worden immers bepaald
door het werkwoord. Deze verplichte bepalingen staan op argumentposities
van het werkwoord en moeten dus in het S-frame worden vastgelegd.
Een zeer bruikbaar criterium voor het vaststellen van de adjunct-status van
een constituent is het reduceren van die constituent tot een zin met
handhaving van de betekenis. Zo ontstaat veelal een adverbiale bijzin.
Indien dit tot ongrammaticaliteit leidt, hebben we met een complement
te maken.
De PP's in \ref{vb-criterium1-vrije-bep} zijn dus volgens dit
splits-criterium vrije bepalingen of adjuncten.
label{vb-criterium1-vrije-bep}
| | hij verorberde zijn boterham [op school]
= hij verorberde zijn boterham, [terwijl hij op school was]
|
| | hij bezocht ons [op een vrijdag]
= hij bezocht ons, [terwijl het vrijdag was]
|
De PP's in (\ref{vb-criterium1-compl}) kunnen niet gereduceerd
worden tot zinnen met behoud van betekenis. Deze PP's zijn dus
geen vrije adjuncten maar verplichte of optionele
adjunct-argumenten of adjunct-complementen. We zien dat de
verplichte locatieve en directionele PP's en AdvP's zo ook door
het werkwoord geselecteerd worden. Ze zijn immers niet los te
koppelen via dit criterium.
label{vb-criterium1-compl}
| | hij woont [in Nijmegen]
<> hij woont, terwijl hij in Nijmegen is/was
> complement
|
| | hij heeft het boek [op tafel] gelegd
<> hij heeft het boek gelegd, terwijl hij op de tafel was
> complement
|
| | hij wachtte [op hem]; hij wachtte
<> hij wachtte, terwijl zijn vriend daar was
> complement
|
| | hij stapte [in de trein]
<> hij stapte, terwijl hij in trein was
> complement
|
Een ander splits-criterium is het opsplitsen van de zin in
twee predikaties: in de eerste predikatie staat de handeling/gebeurtenis
of toestand weergegeven zonder de bepaling, in de tweede predikatie wordt
daarentegen de bepaling zelf centraal gesteld.
Dit is alleen mogelijk bij vrije adverbiale bepalingen/adjuncten.
De mogelijke bepaling wordt dan min of meer losgekoppeld van het werkwoord.
Een vrije bepaling voegt wel iets toe aan het eerste predikaat in de vorm
van modificatie, maar deze bepaling wordt niet geëist door het
werkwoord. Een verplichte adverbiale bepaling is daarentegen niet
los te koppelen van het werkwoord: het is een aanvulling van het werkwoord
zelf.
| | de kinderen spelen [achter het huis]
= De kinderen spelen. Het spelen is (= gebeurt) achter het huis
> vrije adverbiale bepaling
SPELEN(de kinderen), en wel achter het huis (Locatie)
dat doen ze [achter het huis]
|
| | hij loopt [een uur]
= Hij loopt. Het lopen is (= duurt) een uur
> vrije adverbiale bepaling
LOPEN(hij), en wel een uur (Duur)
dat doet hij [een uur]
|
Zo'n opsplitsing is niet mogelijk bij verplichte adverbiale bepalingen,
zoals bij liggen en duren.
| de moestuin ligt [achter het huis]
|
| LIGGEN [+LOC] > plaats: ACHTER(moestuin,huis)
|
| de vergadering duurt [een uur]
|
| DUREN [+DUR] > tijd: DUUR(vergadering,uur)
|
Bij liggen wordt een directe relatie aangegeven tussen de
positie van de moestuin en het huis: de locatie van de moestuin wordt
gegeven ten opzichte van het huis.
Voor duren geldt een gelijksoortige directe relatie:
de tijdsduur van de vergadering en de
De geselecteerde verplichte bepalingen zijn hier dus
afhankelijk van het werkwoord.
Deze gesubcategoriseerde bepalingen zitten bovendien ook in de
dummy-formule. Ze vertonen in dit opzicht de eigenschappen van
complementen.
| ZOLANG | duren
|
| ERGENS | liggen/wonen/verblijven
|
IETS ERGENS OP/IN | leggen/zetten/plaatsen
| | IETS ERGENS | neerleggen
| |
We moeten concluderen dat de verplichte "bepalingen" opgenomen moeten
worden in het S-frame van het werkwoord: ze zijn beperkt in aantal en aard
door het werkwoord.
Kort samengevat zijn de bevindingen bij bepalingen:
| (A) | De criteria maken een onderscheid dat bepaalt of de
"adverbiale" bepaling in het S-frame wordt opgenomen.
|
| (B) | De invloed die werkwoorden op vrije adverbiale bepalingen
uitoefenen is af te leiden uit de interne semantiek van het
werkwoord; het gaat hier dus niet om subcategorisatie.
|
| (C) | De vrije bepalingen worden nu gesitueerd als Chomsky-adjunctie aan VP of IP.
|
Dit laatste punt rechtvaardigt een deel van de proeven, die immers een
soort IP- of VP-anafoor creëren:
| * | ik woon, en [dat] doe ik in Nijmegen
|
| | ik loop stage, en [dat] doe ik in Leuven
|
| * | dat duurt, en [dat] doet het zes maanden
|
| | het regent, en [dat] doet het drie dagen
|
Om de vraag te beantwoorden of we verplichte PP-bepalingen kunnen
beschouwen als interne argumenten, moeten we het voorzetsel van de PP
nader bekijken.
In een PP-complement als in hij wacht op iemand/iets is het
voorzetsel op betekenisloos (dummy-P). Het is wel een vast voorzetsel.
Het wordt door het werkwoord geregeerd.
Dit is niet het geval bij adjuncten in hij wacht op het perron waar
het voorzetsel op betekenisvol is en door andere locatieve
voorzetsel vervangen kan worden:
hij wacht voor/naast/achter het perron.
Als we nu een werkwoord bekijken dat een verplichte adverbiale bepaling
neemt, dan zien we dat het voorzetsel niet door het werkwoord wordt
bepaald. Het voorzetsel is daarbij betekenisvol voor de inhoud van de
gehele PP.
| | hij woont [in de stad]
|
| | hij woont [op het platteland]
|
| | hij woont [bij zijn ouders]
|
| | hij woont [tegenover een voetbalveld]
|
Verplichte bepalingen kunnen we dus beter niet als interne argumenten bij
het werkwoord beschouwen, ook al worden deze bepalingen wel door het
werkwoord geselecteerd.
We moeten dus wel twee soorten PP's onderscheiden in het S-frame:
- als intern argument: PP's waarin P niet uitwisselbaar maar vast is
en semantisch gezien sterk redundant is (dummy-P);
- als adjunct-argument: de verplichte PP's waarin P een duidelijk
herkenbare betekenis heeft en te vervangen is door een ander voorzetsel
waardoor de betekenis van de gehele PP verandert.
We hebben gesteld dat verplichte adverbiale bepalingen door het werkwoord
geselecteerd worden, ze vormen een "aanvulling van het werkwoord".
Deze bepalingen zijn in aantal en aard sterk beperkt door het werkwoord
en worden dus opgenomen in het S-frame.
Als de verplichte bepaling door zinsreductie (bijvoorbeeld met
terwijl-zin) of opsplitsing in twee predikaties gescheiden
wordt van het werkwoord, levert dit ongrammaticaliteit op.
Bij vrije bepalingen was dit echter niet het geval.
Het aantal en de aard van deze bepalingen is in feite onbeperkt, mits
de bepaling niet incompatibel is met de inherente semantiek van het
werkwoord. Deze vrije bepalingen zijn optioneel en worden niet opgenomen
in het S-frame.