Perceptiewerkwoorden
De perceptiewerkwoorden zoals zien en horen zijn
zelfstandige werkwoorden. De vraag is hoe het S-frame van een
perceptiewerkwoord eruitziet in geval van RTO. Deze werkwoorden
hebben in RTO-constructies nog grotendeels dezelfde betekenis als
in constructies waarin ze een NP of een finiete dat-zin
als complement nemen: er wordt direct of indirect iets visueel
waargenomen. Laten we allereerst de RTO-analyse bij het
perceptiewerkwoord zien eens nader bekijken.
Zinsnegatie van RTO-constructie laat
zien dat de verheven NP inderdaad op een objectpositie terecht is
gekomen.
Hiermee wordt aangetoond dat hem op de objectpositie staat:
In [Coppen et al. 1983] is een sluitende argumentatie te vinden voor de
RTO-analyse. Voor meer argumenten verwijs ik dan ook naar dat artikel.
In de nieuwe analyse met een VP-interne subject, krijgen we eveneens
verplichte Raising van het subject van de VP naar de thetaloze NP-positie
bij het RTO-werkwoord zien, waar het zijn casus (accusatief)
ontvangt. In \hetvb blijft het persoonlijk voornaamwoord hem
het diepte-subject van dansen. Het krijgt de Agensrol van
dansen.
Het S-frame van het perceptiewerkwoord zien in de
RTO-analyse ziet er zo uit:
S-frame en theta-grid van ZIEN:
zij ziet [dat hij danst]
zij ziet hemi [ti dansen]
* ik zie niet hem weggaan
ik zie hem niet weggaan
* ik zie niet hem
ik zie hem niet
| IA | IA | ||
| (NP) | [ | VP | ] |
| theta | +theta |
Het RTO-werkwoord, zoals bijvoorbeeld te zien is aan het theta-raster van zien, heeft een thetaloze argumentpositie die casusgemarkeerd is. (Een andere benadering is de exceptional case marking (ecm). Normaal gesproken kan casustoekenning niet over VP- of zinsgrenzen plaatsvinden. Bij ecm wordt hier een uitzondering op gemaakt. Casustoekenning aan de NP door ecm-werkwoorden is direct mogelijk doordat de betreffende VP- of zinsgrens voor die werkwoorden transparant is. Hier wordt dus geen aparte positie gestipuleerd. NP in de VP krijgt de accusatiefnaamval van het ecm-werkwoord, terwijl die NP semantisch het diepte-subject is van het ingebedde hoofdwerkwoord van de VP.)
De subjects-NP van het ingebedde complement moet volgens het Casusfilter casus ontvangen. De NP van de ingebedde zin wordt dan ook via NP-verplaatsing (of algemener: MOVE-a) verheven tot object van zien, waar de NP zijn naamval absorbeert. Deze NP heeft zijn theta-rol ontvangen van het ingebedde werkwoord.
De werkwoorden zien en horen kunnen we niet beschouwen als hulpwerkwoorden maar zijn zelfstandige werkwoorden met het volgende S-frame:
| EA(NP:+DAT) | IA(NP:theta) | IA(CP/VP/NP:+OBJ) |
Het verheven object ontvangt casus van het matrix-werkwoord, maar de thematische rol ontvangt het van het ingebedde werkwoord. RTO wordt dus syntactisch gemotiveerd: de NP moet verplaatst worden om naamval te ontvangen, omdat er in een infiniete zin geen +nom voorhanden is.
|
|