Doctoraalscriptie (1996)
K.U. Nijmegen


Subcategorisatie
Een onderzoek naar SUBCATEGORISATIE en de verwerking ervan in een NLP-systeem.

Simon van Dreumel

Perceptiewerkwoorden

De perceptiewerkwoorden zoals zien en horen zijn zelfstandige werkwoorden. De vraag is hoe het S-frame van een perceptiewerkwoord eruitziet in geval van RTO. Deze werkwoorden hebben in RTO-constructies nog grotendeels dezelfde betekenis als in constructies waarin ze een NP of een finiete dat-zin als complement nemen: er wordt direct of indirect iets visueel waargenomen. Laten we allereerst de RTO-analyse bij het perceptiewerkwoord zien eens nader bekijken.

zij ziet [dat hij danst]
zij ziet hemi [ti dansen]

Zinsnegatie van RTO-constructie laat zien dat de verheven NP inderdaad op een objectpositie terecht is gekomen.

* ik zie niet hem weggaan
ik zie hem niet weggaan

Hiermee wordt aangetoond dat hem op de objectpositie staat:

* ik zie niet hem
ik zie hem niet

In [Coppen et al. 1983] is een sluitende argumentatie te vinden voor de RTO-analyse. Voor meer argumenten verwijs ik dan ook naar dat artikel. In de nieuwe analyse met een VP-interne subject, krijgen we eveneens verplichte Raising van het subject van de VP naar de thetaloze NP-positie bij het RTO-werkwoord zien, waar het zijn casus (accusatief) ontvangt. In \hetvb blijft het persoonlijk voornaamwoord hem het diepte-subject van dansen. Het krijgt de Agensrol van dansen. Het S-frame van het perceptiewerkwoord zien in de RTO-analyse ziet er zo uit:

S-frame en theta-grid van ZIEN:

IA IA
(NP) [ VP ]
–theta +theta

Het RTO-werkwoord, zoals bijvoorbeeld te zien is aan het theta-raster van zien, heeft een thetaloze argumentpositie die casusgemarkeerd is. (Een andere benadering is de exceptional case marking (ecm). Normaal gesproken kan casustoekenning niet over VP- of zinsgrenzen plaatsvinden. Bij ecm wordt hier een uitzondering op gemaakt. Casustoekenning aan de NP door ecm-werkwoorden is direct mogelijk doordat de betreffende VP- of zinsgrens voor die werkwoorden transparant is. Hier wordt dus geen aparte positie gestipuleerd. NP in de VP krijgt de accusatiefnaamval van het ecm-werkwoord, terwijl die NP semantisch het diepte-subject is van het ingebedde hoofdwerkwoord van de VP.)

De subjects-NP van het ingebedde complement moet volgens het Casusfilter casus ontvangen. De NP van de ingebedde zin wordt dan ook via NP-verplaatsing (of algemener: MOVE-a) verheven tot object van zien, waar de NP zijn naamval absorbeert. Deze NP heeft zijn theta-rol ontvangen van het ingebedde werkwoord.

De werkwoorden zien en horen kunnen we niet beschouwen als hulpwerkwoorden maar zijn zelfstandige werkwoorden met het volgende S-frame:

EA(NP:+DAT) IA(NP:–theta) IA(CP/VP/NP:+OBJ)

Het verheven object ontvangt casus van het matrix-werkwoord, maar de thematische rol ontvangt het van het ingebedde werkwoord. RTO wordt dus syntactisch gemotiveerd: de NP moet verplaatst worden om naamval te ontvangen, omdat er in een infiniete zin geen +nom voorhanden is.



Voor opmerkingen of vragen over deze pagina kunt u contact opnemen met Simon van Dreumel
Laatst gewijzigd op 25 augustus 2025