Raising-werkwoorden zoals schijnen en blijken
moeten we als zelfstandige werkwoorden beschouwen. Ze subcategoriseren voor
een intern argument met de rol van Object. Dit interne argument is gemarkeerd
met [+/FIN]. In geval van [+FIN] wordt
gekozen voor een CP-complement (dat-zin). De thetaloze subjectpositie
wordt dan gevuld met de dummy-NP het. In geval
van [FIN] wordt een
IP-complement geselecteerd en treedt Raising-To-Subject (RTS) op,
waar het subject van de ingebedde zin wordt verheven tot het subject van
de matrix-zin.
Bij RTS-werkwoorden waar RTS optioneel is, zijn dus twee structuren
mogelijk:
| | het schijnt/blijkt [dat hij haar ziet]
|
| | hiji schijnt/blijkt [ti haar te zien]
|
We zien in de b-zin van \hetvb dat het subject hij uit de ingebedde
zin (zie a-zin) is geraised naar de subjectpositie van de matrix-zin.
Het verheven subject staat dan op het zinsniveau waar ook het RTS-werkwoord
zelf staat.
Een RTS-werkwoord blijkt geen theta-rol aan het externe argument uit
te delen. Dit is te zien aan de dummy-NP het in de a-zin van \hetvb.
Indien het complement van het RTS-werkwoord [fin] is, dan kan de
subject-NP van de ingebedde zin geen nominatiefnaamval ontvangen.
Iedere NP moet echter casus ontvangen (Casusprincipe). Er is een
NP-verplaatsing nodig om de subject-NP van casus te voorzien.
Deze NP wordt dan verheven tot (syntactisch) subject van de matrix-zin.
Deze verplaatsing staat bekend onder RTS.
Als RTS wordt toegepast, dan komt de subject-NP van de ingebedde zin dus op
de subjectpositie van het matrix-werkwoord (hier: schijnen).
Deze NP heeft zijn thematische rol gekregen van het ingebedde
hoofdwerkwoord (hier: zien) en ontvangt zijn naamval op de
subjectpositie van de matrix-zin en vertoont verder congruentie (agreement)
in persoon en getal met het finiete RTS-werkwoord.
Deze NP kunnen we dus in de oppervlaktestructuur als syntactisch subject
beschouwen van het RTS-werkwoord, maar deze NP blijft verder wel het
semantische subject van het ingebedde hoofdwerkwoord.
In de volgende subparagrafen wil ik nader ingaan op specifieke
RTS-werkwoorden, zoals de modale werkwoorden en werkwoorden die
subcategoriseren voor een IP-complement.