Doctoraalscriptie (1996)
K.U. Nijmegen


Subcategorisatie
Een onderzoek naar SUBCATEGORISATIE en de verwerking ervan in een NLP-systeem.

Simon van Dreumel

Sententiële anaforen

In deze subparagraaf speelt de kwestie aangaande het wel of niet opnemen van structuren met voorlopige zinsdelen en sententiële verwijswoorden zoals het/dat/dit. Hoe worden voorlopige zinsdelen verwerkt of — anders gesteld — hoe kunnen ze het best verwerkt worden? De vraag is of ze opgenomen moeten worden in het lexicon.

Een voorlopig zinsdeel kan optreden bij een Onderwerpszin, Gezegdezin, Lijdend-voorwerpszin, Meewerkend-voorwerpszin en Voorzetselwerpszin [Van den Toorn 1984]. Horen de structuren met voorlopige zinsdelen zoals het, dit en er + voorzetsel, in het lexicon in de vorm van S-frames of zijn er regels te bedenken die deze structuren afleiden?

Een gelijksoortig probleem speelt bij CP-subjecten\footnote{CP-subjecten worden in de volgende paragraaf behandeld.} en CP-complementen die vervangbaar zijn door: dat. Dit noem ik een sententiële anafoor: het abstracte element verwijst naar de propositie die uitgedrukt kan worden in een zin of een zin-achtige structuur\footnote{De categorieën VP en IP, naast CP, kunnen we ook als sententiële categorieën beschouwen.}.

Hier hebben we te maken met een structureel verschijnsel. We kunnen redundantieregels voorstellen die een CP vervangt door een sententiële anafoor zoals dat. Die mogelijkheid van het subcategoriseren voor sententiële anaforen hoeft dus niet in het lexicon opgenomen te worden, omdat het is af te leiden (met zogenaamde afleid- of redundantieregels) wanneer en waar ze voorkomen in de zin.

Hieronder worden enkele afleid-/redundantieregels opgesteld aangaande sententiële anaforen:

  1. Indien een werkwoord een finiete zin selecteert als object (CP-complement), dan kan dat werkwoord in plaats daarvan ook een sententiële anafoor, zoals dat, hebben. Het is een pronominaal abstract element dat naar een propositie verwijst die syntactisch gerealiseerd kan worden door een CP.
  2. Indien een werkwoord een objects-NP selecteert als complement, dan is het volgende alternatief mogelijk: er kan een leeg/optioneel/verplicht voorlopig Lijdend Voorwerp LV het — ook weer een soort sententiële anafoor — op de NP-positie geplaatst worden, waarbij achteraan in de zin het werkelijke object staat, gerealiseerd als een CP.
  3. Indien een werkwoord een (verplicht) voorzetsel P selecteert — er is dan sprake van een Voorzetselvoorwerp (VZV), dan ligt in bepaalde gevallen de volgende mogelijkheid open: het gepronominaliseerde deel [een voorlopig VZV er + vz] is op de PP-positie te plaatsen (dit deel kan weggelaten worden: het is optioneel), waarbij achteropgeplaatst de zin komt, die het werkelijke object uitdrukt.
  4. Als het werkwoord een sententieel onderwerp (CP-subject) kan nemen, dan zou ook de constructie te creëren zijn met een voorlopig onderwerp waarbij achteraan het werkelijke onderwerp in de vorm van een zin is gerealiseerd.

Hierbij moet opgemerkt worden dat zinsdeelzinnen met wie/wat (betrekkelijke voornaamwoorden met ingesloten antecedent) eerder NP's zijn. Ze komen overal voor waar het werkwoord voor een NP subcategoriseert. Doordat dit structureel is, hoeven we dit ook niet in de S-frames in het lexicon te vermelden.

We kunnen dus stellen dat werkwoorden die een CP-zin als subject kunnen hebben (geen wie/wat-zin), altijd een voorlopig Onderwerp hebben bij CP. Dat is structureel, dus het betreft geen lexicale informatie. Hetzelfde geldt bij voorlopig VZV: als het VZV een zin is, dan is er altijd sprake van een voorlopig VZV.

Bij voorlopig Lijdend Voorwerp (voorlopig LV) hebben we echter enige lexicale variatie:

Variatie bij voorlopig LV\label{variatie-voorlopig-lv}
ik denk (*het) dat het regent (verboden het)
ik haat *(het) dat het regent (verplicht het)
ik betreur (het) dat het regent (optioneel het)

Verder kan het wel of niet aanwezig zijn van het voorlopig LV betekenisverschil teweegbrengen. Een speciaal geval vormen daarom de volgende voorbeelden:

ik begrijp [het] dat het regent (betekenis: "snappen")
ik begrijp dat het regent (betekenis: "concluderen")

Veel zaken die spelen bij voorlopige zinsdelen en bij het gebruik van sententiële anaforen zijn structureel af te leiden. Deze structurele eigenschappen horen niet thuis in het lexicon. Wel moet er in de S-frames van de werkwoorden die naast een CP-object een voorlopig object nemen, vermeld worden of dit voorlopig object verplicht of optioneel is. Alleen deze niet-structurele eigenschap moet worden vastgelegd in het lexicon.



Voor opmerkingen of vragen over deze pagina kunt u contact opnemen met Simon van Dreumel
Laatst gewijzigd op 25 augustus 2025