AMAZON/CASUS
Inleiding
Het AMAZON/CASUS-systeem
[Van Bakel 1984; Coppen 1991; Coppen & Van der Ende 1993; Coppen et al. 1993]
analyseert Nederlandse zinnen tot een semantische representatie
waarin woordgroepen semantische functies (zoals Agens, Datief,
Object) vervullen bij semantische kernen (bijv. Verbum, Nomen,
Adjectief).
Het AMAZON/CASUS-model is opgebouwd uit onafhankelijke
modules die ieder hun resultaat doorgeven aan de volgende. Er is
hier dus voor een modulaire aanpak gekozen. Het model bestaat uit
twee hoofdmodules AMAZON en CASUS. De module AMAZON
zorgt ervoor dat Nederlandse zinnen geanalyseerd worden
naar oppervlaktestructuren. Subcategorisatie is niet verwerkt in
deze module. CASUS is de module die thematische rollen
toekent aan de syntactische argumenten. Uiteindelijk wordt dus een
semantische representatie opgeleverd. De structuur wordt in ieder
geval verrijkt met semantische informatie. Een hoofdwerkwoord V,
een semantische kern, deelt steeds bepaalde rollen uit:
Deze semantische rollen moeten worden toegekend aan argumenten,
bijvoorbeeld NC's (= NP's), PC's (= PP's) en SE's (= bijzinnen).
In CASUS worden casusrollen van [Fillmore 1968] gebruikt.
In CASUS(90) was het resultaat in de vorm van
dependentiestructuren waarin afhankelijkheden rond semantische
kernen worden uitgedrukt. Dit is te vergelijken met de structuren
Functie/Predikaat Argumenten. Er werd geprobeerd de
oppervlaktestructuur van AMAZON te vertalen naar de
bijbehorende dieptestructuur. Na terug-verplaatsingen en na het
toekennen van de rollen aan de argumenten, ontstond een uniforme
dependentiestructuur. De oorspronkelijke volgorde van de lexicale
elementen van de invoer wordt dus niet gehandhaafd in de
resultaatstructuur.
De huidige CASUS-module, CASUS(92), levert geen
dependentiestructuren meer af, maar een "verrijkte''
oppervlaktestructuur waarin de volgorde van lexicale elementen
gehandhaafd blijft door middel van het gebruik van sporen met
indices. Sporen en indices leiden in deze aanpak een constituent
naar de plaats waar hij zijn semantische rol krijgt.
Het ProjectiePrincipe, Theta-criterium en het Casusfilter kunnen
bewerkstelligen dat lege elementen als PRO en DUMMY
worden toegevoegd.
Deze principes van Government & Binding (GB) kunnen verklaren waarom
bepaalde zinnen grammaticaal zijn en andere zinnen juist ongrammaticaal.
Als een structuur een van deze principes schendt, dan wordt die structuur
uitgefilterd. Deze principes kunnen dus tegelijk als Filters werken op
structuren.
Eerst is er de lexicalisering van de invoer. In de lexicale module
worden de woorden voorzien van lexicale categorieën. Vervolgens
wordt de gelabelde Nederlandse zin door de module AMAZON
geanalyseerd naar oppervlaktestructuren. De beschrijving van de
oppervlaktestructuur is gebaseerd op de structuralistische
grammatica uit Rijpma, Schuringa & Van Bakel (1968). Zo'n
oppervlaktestructuur beschrijft in de Nederlandse zin een
tangconstructie. Hierin worden het eerste zinsdeel (TOP), het
middenstuk (MI) en de uitloop (UL) in de greep gehouden door
werkwoordelijke polen, de persoonsvorm (PV) en het werkwoordelijk
cluster (CL).
V (rol1, ..., roln)
Een zin als Jan heb ik verteld dat het allemaal goed is gegaan had precies dezelfde structuur gehad. Dit geeft al aan dat AMAZON geen interpretatie van semantische functies geeft, maar puur een oppervlaktestructuur op syntactische gronden.
In de grammatica Preparations wordt de AMAZON-structuur aangepast. Na de voorbereidingen die zorgen voor de normalisatie van hoofd- en bijzin, volgt de cyclische grammatica Interpret-Cycle. Hierin worden de subcategorisatie-eisen en selectierestricties gecontroleerd.
|
|