Inleiding
In deze doctoraalscriptie zal worden onderzocht wat de aard en het
domein is van de taalkundige notie SUBCATEGORISATIE en - als
aanvulling hierop - hoe subcategorisatie in een natuurlijke-taalverwerkend
systeem opgenomen dient te worden.
De doelstelling is om uit te zoeken wat subcategorisatie precies
inhoudt in termen van subcategorisatie-eisen opgelegd door het werkwoord.
In de implementatie zal duidelijk worden hoe deze subcategorisatie-eisen
gecontroleerd worden.
In de generatieve grammatica wordt meestal meer een schetsmatige
beschrijving gegeven van wat subcategorisatie is. Een werkwoord
subcategoriseert voor een aantal elementen, bijvoorbeeld een subject en/of
een direct object eventueel in combinatie met een indirect object.
Deze gesubcategoriseerde elementen worden ondergebracht in een
subcategorisatieframe van het betreffende werkwoord.
Aan deze syntactische eisen moet voldaan worden in de structuur,
wil die structuur grammaticaal zijn. Verder wordt op deze kwestie
niet ingegaan. Het lijkt erop dat het onderwerp subcategorisatie meer
in de schaduw is komen te staan, terwijl het toch de basis vormt voor
syntactische structuren.
Binnen het kader van wat subcategorisatie precies inhoudt en wat nog binnen
het bereik van subcategorisatie valt, zijn veel aspecten nog onduidelijk.
Er zijn op dit gebied nog veel vragen te beantwoorden.
De vraag is allereerst of alle werkwoorden subcategoriseren voor elementen.
Veelal worden zelfstandige werkwoorden gebruikt om subcategorisatie te
illustreren. Het is onduidelijk of hulpwerkwoorden ook subcategoriseren
voor elementen. En ook als zou blijken dat er ook subcategorisatieframes
bestaan voor hulpwerkwoorden, dan is het nog de vraag of de
gesubcategoriseerde elementen van hulpwerkwoorden vergelijkbaar zijn met die
van zelfstandige werkwoorden.
Er kan een verschil zijn in het type van gesubcategoriseerde elementen.
De concretere vraag is dan hoe de subcategorisatieframes er
voor verschillende werkwoorden uitzien.
Als we willen weten welke informatie deze subcategorisatieframes moeten
bevatten, dan zullen we moeten onderzoeken welke vorm en welk type de
gesubcategoriseerde elementen aannemen.
Hier moet gedacht worden aan syntactische categorieën en
grammaticale functies of syntactische argumenten.
Ik zal aannemelijk proberen te maken dat subcategorisatie in
beginsel de syntactische selectie van argumenten omvat. Daarbij is de
categoriale invulling van deze argumenten onontbeerlijk.
We zullen zien dat een benadering waarin semantische rollen
(of algemener: thematische rollen) worden ingepast,
enige voordelen heeft, waardoor het belang van grammaticale functies
sterk afneemt.
Wat nog onder subcategorisatie valt en hoe dat dan opgenomen moet worden in
een subcategorisatieframe, is een vraag die we terug zullen zien komen bij
de behandeling van de volgende onderdelen:
Bij subcategorisatie speelt het lexicon een grote rol. Daar worden
de subcategorisatieframes beschreven. De algemene vraag is wat wel en wat
niet thuishoort in een lexicon. Dit is afhankelijk van de benadering die
wordt gekozen.
Ik kies hier voor een meer structurele benadering, waar gestreefd wordt
naar generalisaties aangaande structurele eigenschappen.
Het lexicon is in deze benadering de plaats waar alleen toevallige en
niet-structurele eigenschappen worden opgenomen.
We willen geen generalisaties missen, dus we zullen geen structuren in het
lexicon stipuleren die af te leiden zijn uit algemene principes of kenmerken.
De vraag is dus of we alle eigenschappen en structuren moeten opnemen in het
lexicon in de vorm van subcategorisatieframes.
Omdat hier voor een generaliserende aanpak wordt gekozen waarin opsomming
zo veel mogelijk wordt vermeden, worden structurele eigenschappen niet in
het lexicon opgenomen.
In dit verband worden de volgende punten bekeken:
Naarmate meer onderdelen bekeken zijn, zal de aard en het domein van
subcategorisatie steeds specifieker worden. Het onderzoek zal leiden tot
een soort afbakening van wat subcategorisatie nu precies is en hoe
we dit eenduidig beschrijven in subcategorisatieframes.
In dit onderzoek wordt grotendeels het Government & Binding-kader
aangenomen. Het is verstandig om ook andere taaltheoretische kaders in
beschouwing te nemen en te kijken wat daar onder subcategorisatie wordt
verstaan en hoe subcategorisatie opgenomen wordt.
Naast Government & Binding (GB) worden de kaders
Lexical Functional Grammar (LFG) en Head-driven Phrase
Structure Grammar (HPSG) besproken met betrekking tot de hoofdkenmerken
van het kader en de verwerking van subcategorisatie daarbinnen.
Er bestaan al linguïstische modellen waarin subcategorisatie
min of meer is opgenomen. Deze modellen zal ik kort bespreken.
Uiteindelijk zal ik laten zien hoe subcategorisatie, met de gevonden
bevindingen daarbij, in een implementatie op een linguïstisch
verantwoorde wijze verwerkt zou moeten worden.
De opzet van deze doctoraalscriptie is als volgt.
In het eerste hoofdstuk, dat de theoretische basis vormt voor de rest van
het werk, wordt de aard en het domein van subcategorisatie onderzocht.
Het tweede hoofdstuk bespreekt drie taaltheoretische kaders en dan in het
bijzonder hoe subcategorisatie in ieder kader verwerkt is.
Bestaande linguïstische modellen waarin subcategorisatie
is opgenomen, worden bekeken in hoofdstuk 3. Ten slotte zal ik
in hoofdstuk 4 mijn nieuwe implementatie, SUBCATSY
genaamd, die gebaseerd is op de bevindingen in de voorafgaande hoofdstukken,
toelichten.
|
|
|